Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met het oudste gedateerde boek dat in deze landen het licht zag, de Scolasiica histotia van Petrus Comestor, in 1473 te Utrecht door Nicolaas Ketelaer en Gerard de Leejnpt gedrukt, begint de beschrijving onzer Nederlandsche incunabelenverzameling. Hierbij sluit aan, wat zij verder bezit aan Latijnsche boeken, de Deventersche uitgaven van Richard Pafroet en Jacobus van Breda, en eenige ZuidNederlandsche drukken van Antwerpen, Brussel en Leuven. Met deze beschrijving zijn we al over de eeuwgrens heen gekomen; immers" de reeks van Richard Pafroet loopt door tot 1505, en het scheen niet gewenscht deze te splitsen.

Slechts een tweetal boeken van deze groep, uitgaven van Johannes de Westfaha te Leuven, zijn met Romeinsche letter gedrukt. Overigens diende het Gothische lettertype in dezen tijd evenzeer voor den druk van Latijnsche boeken als van die in de landstaal.

De reeks der Nederlandsche boeken begint met onzen oudsten Nederlandschen bijbel, in 1477 te Delft gedrukt. Daarop volgen twee latere Delftsche uitgaven, en boeken te Utrecht, Gouda, Haarlem Gent, Antwerpen en Zwolle verschenen. Bij de uitgaaf van werken in de Nederlandsche taal doen dus de Hollandsche steden mee, die onder de drukplaatsen van Latijnsche boeken ontbraken.

Enkele jaren vóór 1500 breken we de reeks af, om een nieuwe te beginnen daar, waar de druk zelf een nieuw karakter aanneemt. In den eigenlijken incunabeltijd heeft elke drukker zijn eio-en type Nu maken we kennis met Hondrik 'den Lettersnijder, eene naamaanduiding die duidelijk een nieuw beroep aanwijst. Deze Hendrik is zooals pater B. Kruitwagen het onlangs uitdrukte, de man die het eigen karakter van de Nederlandsche boekletter voor goed heeft vastgelegd. Eene reeks van jaren wordt deze letter voor den druk van nagenoeg alle Nederlandsche boeken gebruikt. We deelen de werken voor de beschrijving in drie groepen.

Eerst komen de drukkers die uitsluitend met het nieuwe type drukken. Van Hendrik zeiven hebben we «én boekje zonder jaar; we laten het voorgaan, hoewel het zeker van eenige jaren na 1500 te dateeren is. Daarna komen boekjes gedrukt in het Regulierenklooster den Hem buiten Schoonhoven, eene reeks drukken van Hugo Jansz van Woerden die eerst te Leiden werkte en zich daarna (1506) als eerste drukker te Amsterdam gevestigd heeft. Voorts Antwerpsche drukken van Hendrik Eckert van Homberch, eene belangrijke reeks Leidsch* van Jan Seversz., nog een Amsterdammer Pieter Jansz. Tyebaut, enz.

Letten we op den aard van de boeken, dan valt een heel karakteristieke groep sterk in het oog. Verreweg de meerderheid vormen de boekjes van devotie, gewijd aan meditatie over het lijden van Jezus, aan de maagd Maria, aan mis en biecht, alle in klein octavo formaat, en jtoo sterk op elkaar gelijkende, dat men, als naam en adres ontbreken, met kan zien uit welke drukkerij ze afkomstig zijn. Daartusschen vinden we echter ook belangrijke uitgaven, zooals de Sermoenen op de evangeliën van de Schoonhovensche regulieren (no. 38), fraaie Antwerpsche uitgaven van rechtsgeleerde .en geneeskundige werken (no. 54. 55} de groote Hollandsche kroniek (no. 69)

Sluiten