Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Enkele drukkers — we laten ze als tweede groep volgen — beginnen geheel op dezelfde wijze als de zooeven vermelde, maar brengen later — na 1520 — meer afwisseling in hun werk; de zetkast wordt rijker van inhoud; naast de vrij groote oorspronkelijke letter van Hendrik worden ook kleinere typen gebruikt. Dezen overgang zien we bij Cornelis Hendriksz. Lettersnijder te Delft, dien we voor den zoon van den eersten lettel snijder mogen houden, en bij twee grootere Antwerpsche drukkers, Claes de Grave en Willem Vorsterman. Ook in deze groep nemen de devote boekjes nog eene groote plaats in, maar de vier hier beschreven drukken van Claes de Grave zijn alle van grooter formaat en van meer beteekenis, en van Vorsterman zien we naast de kleine boekjes ook belangrijke medische werken en verschillende uitgaven van zijn grooten geïllustreerden bijbel. Onder de drukkers die na 1520 be<*innen en al dadelijk meer afwisseling in hun werk doen zien, neemt de°Amsterdamsche uitgever Doen Pietersz. een belangrijke plaatsin door zijne bijbeluitgaven in klein formaat. Voor de fraaie houtsneeprenten door hem uitgegeven moeten we verwijzen naar het Rijksprentenkabinet en naar de beschrijving door Moes gegeven in de Amsterdamsche boekdrukkers en uitgevers in de 16e eeuw, deel I.

Van 1525 af vermeerdert het aantal drukkers. Op den voorgrond komt Antwerpen als het nieuwe middelpunt van den boekhandel in de Nederlanden. Jacob van Liesvelt en Michiel Hillen van Hoochstraten zijn de meest bekenden onder de Antwerpsche drukkers van deze jaren. Van verscheidene andere die voor 1540 beginnen maar wier hoofdwerkzaamheid buiten de hier gestelde grens ligt, kunnen we nog enkele uitgaven beschrijven.

Gelijktijdig met deze geheele reeks Nederlandsche boeken verschijnen ook weer boeken in het Latijn in toenemend aantal. Slechts enkele oudere herinneren door hun Gothische karakters nog aan de incunabelperiode (no. 153 en volg.); ook de letter van Hendrik den Lettersnijder is in het begin een enkel maal voor Latijnsche drukken gebruikt (no. 156—158). Maar Doen Pieterz. gebruikt voor een Latijnschen tekst al Romeinsche typen, en de groote Antwerpsche uitgevers beschikken over Romeinsche en cursieve letter, evenals hun Leuvensche vakgenooten. Een Fransch boekje, in 1531 te Antwerpen gedrukt met een Fransch-gothische letter, en enkele Grieksche boeken, nog vóór 1540 te Leuven verschenen, bereiden al voor op de internationale en de wetenschappelijke beteekenis van de Nederlandsche uitgeverij in het komende tijdvak. Voor de Deensche drukken van Willem Vorsterman zij verwezen naar Nijhoffs Art typographique (Impressions danoises), en de meedeeling van Mej. M. E. Kronenberg in liet Boek 1918 blz. 1—8.

Onze verzameling van 16e-eeuwscheLatijnsche boeken werd onlangs belangrijk vermeerderd door eene schenking van Dr. J. F. M. Sterck. Reeds meer dan 40 zeldzame boekjes, door hem in den loop der jaren bijeengebracht, gaf hij aan de Universiteitsbibliotheek. Zij vormen een rijke bron voor de bestudeering van het werk der humanisten in ons land, en voor de geschiedenis van het 16eeeuwsche onderwijs. Hier konden ze uit den aard der zaak slechts beschreven worden, voor zoover ze niet later dan 1540'het licht zagen. Zie de aanteekeningen.

Van bijzonder belang is voor de geheele reeks van oude Nederlandsche uitgaven de houtsnee-illustratie. In de beschrijving wordt daarop steeds, zij het vaak met enkele woorden, de aandacht gevestigd.

Sluiten