Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65. Rosemondt (Godschalc), Dit is een seer profitelijck boecxken vander biechten ende van die seuen dootsonden. [Ghepr. Tantwerpen binnen dye Camer poorte Int huys van Delft. By mi Henrick eckert van Homberch 1519]. 8°.—Met houtsn.

208 bladen (de laatste 8 ontbreken). Goth. letter. Nijhoff f, prov. 6 no. 336. Nijhoff beschrijft een ex. waaraan meer dan de helft ontbrak; de aanhef van

vel 3 komt met dit ex. overeen, zoodat we de gegevens van het door N.

weergegeven colophon bij onze beschrijving wel mogen overnemen. Titel rood en zwart; houtsneeversiering dezelfde als in dé uitg. 1517 (no. 60).

56. Summe — Seonincx —• Ende leert hoe men die sonden biechten sal. [Door broeder Jan van brederoede]. Ghepr. Tantwerpen bider Camerpoerte Int huys van delft. Bi mi Henrick Eckert 1519. 4°. — Met titelhoutsn.

156 bladen, Goth. letter.

De beide titelwoorden in houtsnee, rood gedrukt. Onder den titel een houtsneeprentje, de biecht.

Jan Seversz. te Leiden 1511—1518.

67. Yitaspatrum Ende is ghenoemt dat vader boeck Inhoudende die Historiën ende legenden der heiligher vaderen. Ouergeset in gueder verstandelre duytscher sprake ende is anderwerf gecorrigeerd Ghepr. tot Leyden in Hollant Bi mi Jan seuersoon 1511. f°. — Met houtsneden.

136 bladen, Goth. letter, 2 kol. Nijhoff f. prov. 1 no. 5.

Op den titel en aan het einde groote houtsneden met Fransche opschriften, ontleend aan de Schiedamsche uitgaaf van den „Chevalier délibe'ré". Een paar houtsnee-initialen. Rubriceering met onderstrepingen.

68. Bonaventura (Sinte), Stimulus diuini amoris, Twelck is ghetranslateert of ouergheset wten latijne in duytsche, ende is gecorrigeert door broeder Lucas van der Helt van den minrebroederen. Gepr. in Hollant toe Leyden Bi my Jan Seversoen op dye Hoygraft' 1511. 8°. - Met houtsn.

176 +100 bladen, Goth. letter." Nijhoff f. provis. 9 no. 521. Art typ. Leiden Jan Sev. VI 12, VII 16, 17.

Dit boek bestaat uit twee deelen, elk met titel en colophon, met verschillende signaturen. Op den voorsten titel een houtsnee-initiaal en drie kleine houtsneeprentjes. De tweede titel (bl. 177) is in rood en zwart gedrukt; daarop volgt een houtsnee-beginletter, die in dit exemplaar o verplakt is om plaats te maken voor een initiaal in blauw en rood met ornament in rood langs de geheele voor- en benedenmarge, wat. met den titel een decoratief geheel vormt. Een dergelijke grootere initiaal, eveneens over de houtsnee-initiaal gepl., met ornament, versiert het begin van den proloog van het eerste deel, waarvan het opschrift rood onderstreept is. Ook verder rnbriceering met onderstrepingen, en ornament aangebracht in het drukkersmerk aan het slot.

Perkament-omslag, mee in het moderne bandje gebonden; op de achterzijde in schrift uit den tijd: „Item dit boeck hoert toe suster agnes van achelen met belieuen van horen ouersten ende "Beeft haer ghegeuen die moeder after die tolbrugge bidt om gods wil voor my ende daert af comen is".

Een ander, defect ex. met onoverplakte beginletters is gebonden vóór Qui sequitur me, Antw. 1517 (no. 61).

Sluiten