Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124. Augustijns — Sinte — eenlike sprake Tracterende van die won-

derlijcke soeticheydt der Godlijcker gratiën. Ghepr. Thantwerpen By my Jan van Ghelen In dye Baghijnen strate. Ende men vintse te coope tot Amstelredam Inden Gulden Bybel. z. j. 8°. — Met houtsn.

56 bladen. Goth. letter. Moes, Amst. boekdr. I p. 145 no. 104.

Op den titel en op de laatste bladz. Sint Augustijn; voorts nog 2 andere hout

sneden en kleine initiaal. Rubriceering met onderstrepingen. Jan van Ghelen heeft volgens Olthoff, Boekdr. enz. in Antwerpen, in 1519

gewoond in de Bagijnenstraat, later, zooals ook zijn zoon na hem, op de .

Lombardevest. Ce werkzaamheid van Barth. Jaqobsz. in den Gulden Bijbel

te Amsterdam begint echter eerst 1536 of 1537.

125. Roseghaert— Den — vanden beuruchten Vrouwen. Ghecorrigeert

.ende vermeerdert wt die boeoken van die aldor expeertste scriuers, die van deser materiën (te weten van die secreten, ontfanginghe, baringhe, ende conste der vroevrouwen) int latijn gescreuen hebben, als Albertus magnus, Aristoteles, Plinius, Auicenna, Marcüs varro, ende meer ander. Ende ooc wt Jason a pratis. Men vint dese boecken te coope tot Antwerpen bi my Michiel van hoochstraten. Binnen die Camer poorte. In die Rape. 1529. 4°. — Met houtsn. 56 bladen, Goth. letter. Daniels en Moes, Centraïbl.f. Bibliótheksw. XVI, p. 115

no. 2. Nijhoff f. prov. 15 no. 966. De titel rood en zwart; de bovenste 2 regels in houtsnee, rood. Verder afb.

in den tekst en houtsnee-initialen; aan het einde de Salvator mundi. Vertaling van het bekende werk van Eucharius Rösslin, zie Daniels en Moes 1. c. p. 113. Eigendom van de Maatsch. t. bev. d. gen.

126. Nicolai (Ludolphus), Die beduydinghe der Missen, nae die mey-

ninghe der heyligher Apostelen ende der discipulen Christi, ende van die Oude ende eerste Doctoren der heyligher kercken. Ende die drie oeffeninghen der missen. By Michiel van hoochstraten [te Antwerpen]. 1530. 8°. — Met houtsn. 84 bladen, Goth. letter, Nijhoff f. prov. II no. 607.

Titel grootendeels in kleine gothische letter, rood en zwart, in drie houtsneeranden. Op de keerzijde een houtsnee. De tekst in de gewone letter van Hendrik den Lettersnijder; een houtsneeinitiaal.

gerle bpoet

granc 0oDö fóoomftf? Itcp (ct altöto ümccröcc itmxt «Tomnchoan <§termanicttv uan€aö»licn oan Tcotvoa SCrragonua f^auairc/oan jkapleu/oan pcrilltcn/oan fHaioicqutvuan £>arDatne

Uit de Cousturnen van Mechelen. no. 127.

127. Coust innen vsantien ende stijl van procederen der stadt, vryheyt, ende iurisdictie van Mechelen, gheapprobeert... Inden Jaere ons

Sluiten