Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149. Spieghèl — Eenen — der volcomenheit, hoe dat een mensche door

sijns selffs vertyen, verloechenen, en steruen, hem tot godt keeren, ende sijnre hertten reynicheit, ende verenighe met godt in volcomen goddelicker lieffden, soe veel moegelick is, door die ghenade godts vecrygen mach, gemaeckt door die Carthuysseren tot Coellen,..'. z. pl. en j. (het slot ontbreekt). 8°. — Titel in houtsnee-omlijsting. 75 bladen (inpl. van 76?), kleine Duitsch-Goth. letter, houtsnee-initlaaltjes.

Eubriceering. In een ouden band met Die Euangelische Lanterne, Antw.

Vorsterman 1527 (no. 99).

150. [Gedinkenissen — Die — tot alle de XXX poenten der messen]

z. pl. en j. 8°.

32 bladen, waarvan er 10 (vel a en het eerste en laatste van vel c) ontbreken. Goth. letter. De titel ia slechts uit den inhoud bij benadering op te maken, drukker en jaar zijn niet vast te stellen. Het boekje is bewaard met „enen schonen spiegel der goeder menschen", eveneens defect, en zonder plaats, naam en jaar, maar gedrukt met de letter van Hendrik den Lettersnijder, (no. 84). Een ingehechte brief van J. W. Holtrop aan Frederik Muller, van 5 Jan. 1857 handelt over de beide boekjes, en dateert dit „tusschen

• 1500—1520"; de letter was hem blijkbaar noch uit incunabelen, noch uit latere drukken bekend.

Titelprent van Cornelis Anthonisz. no. 161.

151. Kaerte van dye Suyderzee — Dit is die — tot dat Ranserdyep toe, ende tot dat Maersdiep toe, Om met schepen wt of in te zeylen van Amstelredam te zeewaert. Ghedr. Int Jaer 1540. — Die ordinancie dye die ghemene schipperen stuermannen boetsgesellen ende coepluyden mit malcanderen begherende van schiprechte datmen in Hollant, Zeelant, Vlaenderen houdende zijn. Ghepr. tot Amstelredam: By my Jan Jacobszoon wonende inden Nijsel in dye vyer Heems Kinderen. 8°. — Met houtsn.

8 + 8 bladen, Goth. letter, Moes, Se Amst. boekdr. I p. 181. Burger, Tijdschr. v. b. en b. VI p. 255, VII p. 166. Het Boek II p. 288—285.

Hierbij behoort: Sie Caerte vander zee om Oost ende West te zeylen, 1541,

Sluiten