Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ondergeteekende heeft zich ten doel gesteld een boek samen te stellen, geschikt om aspirant-stuurlieden en stuurlieden behulpzaam te zijn bij hun studie in de Zeevaartkunde.

Ik betuig hierbij mijn dank aan de Heeren E. J. Hoos, Directeur der Zeevaartschool te Rotterdam en P. Gr. - Waterborg , Directeur der Zeevaartschool te Groningen, die mij met hun langdurige ondervinding op 't gebied van het Zeevaartkundig onderwijs welwillend terzijde stonden.

November, 1893.

Bij de bewerking van den herdruk ontving ik van verschillende zijden vele belangrijke opmerkingen, waarvoor ik mijn welgemeenden dank betuig.

De voordeelen van de plaatsbepaling door hoogtelijnen en der nieuwere methoden van plaatsbenadering trachtte ik meer te doen uitkomen, waartoe het uitstekende werk van wijlen den Kapitein-Luitenant ter Zee M. C. van Doorn „Plaatsbepaling op zee door hoogtelijnen", hier en daar tot leiddraad diende.

Met het oog op de' groote bekorting die de gedeeltelijke constructie aanbiedt bij de methode M. St. Hilaire, werd het kaartnet met schaal van den Luitenant ter Zee G-. L. Goedhart opgenomen.

De methode van breedtebepaling door den waren tijd werd achterwege gelaten, daar deze methode aan boord niet wordt toegepast en ook niet voorkomt op het Programma der Staats-exaniens voor stuurlieden.

Talrijke veranderingen, wijzigingen en aanvullingen werden voorts aangebracht, die naar ik hoop verbeteringen zullen blijken te zijn.

November, 1895.

Nu een derde druk noodig is geworden, werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om het boek zooveel mogelijk op de hoogte van den tijd te brengen. • De Heer L. Eoosenbürg , Directeur der Filiaal-inrichting van het Kon. Ned. Met. Instituut te Amsterdam, heeft mij met zijn veeljarige practische ervaring op het gebied van zeevaartkundige instrumenten grooten steun verleend bij het bewerken van dat gedeelte. Gaarne betuig ik hem hiervoor mijn bizonderen dank.

Beschrijvingen van den plaatspasser, de nachtsextant, de magnetische balans van Bitter von Peichl en van den deflector van Clausen zijn opgenomen.

Ook is de werking van het peiltoestel van Thomson uitvoeriger toegelicht. De inrichting en het gebruik van het nieuwe Tijdmeter-Journaal bij de St. M.ij Nederland in gebruik, is behandeld.

Een overzicht wordt gegeven van de onderzoekingen omtrent kimduiking aan boord van het Oostenrijksche oorlogschip Pola in de Boode Zee.

Door de opname van de plaatsbepaling volgens de gewijzigde methode Sumner, werd de breedteberekening door hoogte en uurhoek, weder in eere hersteld. De plaatsbepaling volgens de directe methode van berekening werd daarentegen weggelaten, als voor de praktijk van weinig waarde.

Op eenigszins uitvoerige wijze werden de voor- en nadeelen der behandelde methoden van plaatsbepaling onderling vergeleken.

Het hoofdstuk- over de watergetijden werd uitgebreid en eenige uitkomsten van onderzoekingen over getijstroomen in het Kanaal en in de Noordzee, medegedeeld.

Als Zeevaartkundige Tafelen werden gebruikt die van Brouwer 3den druk, herzien door den Kapitein-Luitenant ter Zee G. F. Tydeman.

Juni, 1901.

Sluiten