Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vierde druk verschilt van den derden, hoofdzakelijk door het 'volgende:

De hoofdstukken „kaartpassen" en „plaatsbepaling door peiling en door hoekmeting van bekende landpunten", werd volledigheidshalve wat uitgebreid.

In de afdeeling Sterrenkunde, werd getracht de aberratie van het licht, en de berekening van den synodischen omloopstijd van de maan duidelijker te behandelen.

Bij de Instrumenten werden beschrijvingen en figuren toegevoegd van de nieuwste loodtoestellen, patentloggen en nachthuizen en enkele wijzigingen genoemd in de laatste uitgaaf van het tijdmeter-journaal in gebruik bij de M.ij Nederland.

In de afdeeling „hoogteverbeteringen" werd een beschrijving met teekening opgenomen van een inrichting die op den sextant kan worden geplaatst, tot het meten van de kimduiking.

Met het oog op de belangrijke rol van de azimuth-berekening bij de plaatsbepaling door hoogtelijnen, werd de afdeeling „deviatie van het kompas", onmiddellijk na de hoogteverbeteringen behandeld.

De astronomische peiling werd vervangen door een eenvoudiger'methode om de magnetische richting van een ver verwijderd voorwerp te bepalen.

Verschillende soorten van azimuthtafels en het azimuth door de poolster werden uitvoeriger behandeld.

De afdeelingen handelende over „benaderde plaats en hoogtelijn door één hoogtewaarneming" en over „plaatsbepaling door twee hoogtëwaarnemingen", werden geheel omgewerkt. Door uitsluitend gebruik te maken van voorstellingen van de hoogteparallel en de aardsche projectie van den pooldriehoek, kunnen juistere begrippen gegeven worden omtrent de waarde van lengte- of breedteberekening met behulp van één hoogtewaarneming en van de gegiste plaats. Tevens wordt dan meer aanschouwelijk , hoe iedere hoogtewaarneming van een bekend hemellichaam mét aanwijzing tijdmeter en stand, in staat stelt een benaderde plaats met bijbehoorende hoogtelijn te berekenen.

De berekening van het breedtepunt door de circum-meridiaansmethode werd behandeld op de wijze als door de Heeren Bossen en Maks in „de Zee" werd aangegeven. Dit is vooral daarom te verkiezen, omdat de -moeilijkheden, die het verschil tusschen grootste hoogte en meridiaanshoogte opleveren, daarmede werden ondervangen. Bovendien valt dan duidelijker in het oog, dat ook bij de berekening van het breedtepunt door de circum-meridiaansmethode, de declinatie van het hemellichaam op het oogenblik van de waarneming moet worden genomen.

De formule voor de berekening van het breedtepunt door poolstershoogte, werd afgeleid met tgh, in plaats van met tgb.

De methode van Lobatto en Hazewihkel is verouderd en weggelaten. De methode van Litteow werd, als overbodig, eveneens weggelaten.

Bij de gewijzigde methode Sumnee werden eenvoudiger formules gegeven voor de eindbecijfering.

De tijdsbepaling door correspondeerende hoogten, werd als van weinig practisch belang weggelaten.

De berekening van den M. T. Greenwich door maansafstanden werd niet weggelaten, daar deze methode nog van nut kan zijn voor zeilschepen die één of twee tijdmeters varen.

Maart, 1906.

Sluiten