Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE AFDEELING.

DE AARDE EN HARE AFBEELDINGEN.

L ALGEMEENE BEPALING.

De zeevaartkunde of stuurmanskunst is de wetenschap, die de middelen aanwijst, om de plaats te bepalen, waar men zich met een schip op zee bevindt, en den weg, dien men volgen moet, om op de meest geschikte wijze de plaats van bestemming te bereiken.

II. DE GEDAANTE DER AARDE.

De gronden, waarop aan de aarde een nagenoeg bolvormige gedaante wordt toegekend, zijn de volgende:

1°. Als op zee een schip in 't zicht komt, dan ziet men daarvan eerst de hoogste en later, als het schip naderbij komt, de lager gelegen deelen. Dit verschijnsel kan slechts plaats hebben op een gebogen vlak en, daar wij op alle plaatsen en in alle richtingen dit verschijnsel op de zelfde wijze waarnemen, wijst dit op een regelmatig gebogen oppervlak, dus op den bolvorm.

2°. Men ziet de kim altijd als een cirkel, hetwelk slechts op een bolvormige aarde mogelijk is.

3°. Bij maaneclipsen vertoont de schaduw der aarde zich op de maan en, daar de grens dier schaduw altijd een cirkelboog is, heeft men een reden te meer om de bolvormigheid der aarde aan te nemen.

4°. De samenstelling der zeekaarten berust op de onderstelling, dat de aarde een bol is. Ware de aarde geen bol, dan zou dit spoedig blijken uit gebrek aan overeenstemming tusschen de kaarten en de bevinding, bij het dagelijksch gebruik, dat van de kaarten gemaakt wordt.

III. DE EQUATOR, MERIDIANEN, PARALLELLEN EN POLEN DER AARDE.

De aarde draait om een lijn, die door haar middelpunt gaat en as genoemd wordt (*). Die lijn snijdt het oppervlak der aarde in twee punten, die men de polen noemt.

De grootcirkel, op 90° afstand van de polen op aarde getrokken,

(*). De tijd welke de aarde noodig heeft om juist eenmaal om haar as te wentelen, noemt men een sterrendag.

Zeevaartk. 8e druk. 1

Sluiten