Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben van 900 m.M. waardoor 1' van den grootcirkel = — —' =

& 407,2 = 2,2 m.M. ongeveer en 1° van den grootcirkel = 13,2 c.M. ongeveer. . In sommige, voornamelijk Engelsche, zeevaartkundige tafelen wordt' de vergrootende breedte opgegeven, verbeterd voor' de afplatting der aarde. Deze nauwkeurigheid is echter niet noodig.

Het lezen op de zeekaartBij een beschouwing van een zeekaart ziet men bij de kust twee nagenoeg evenwijdig loopende lijnen, de hoogwater- en de laagwaterstrandlijn. De strook tusschen die beide lijnen is volgestipt. Hoe grooter verval van het water en hoe vlakker de kust, des te grooter zal natuurlijk de afstand tusschen beide strandlijnen zijn. Is de kust zeer steil, dan kunnen de strandlijnen samenvallen en zij worden dan door één dikke lijn voorgesteld. Glooiingen van het terrein worden door arceering aangegeven, hoe steiler de helling , hoe zwaarder de arceering. Bij bergtoppen vindt men meestal de hoogten aangegeven.

Arceeringen die hier en daar op het water worden gevonden duiden op stroomrafelingen, die dikwijls in de nabijheid van banken of ondiepten worden waargenomen.

Een landyerkenning is een voorstelling van een deel van de kust, zooals het zich aan den waarnemer vertoont, uit een bepaalde richting.

Kusten, eilanden, banken, enz. worden omgeven door dieptelijnen:

Dieptelijnen zijn stippellijnen gaande over plaatsen met gelijke diepte.

De diepten worden gewoonlijk opgegeven in vademen. 1 vadem = 1.83 M. Zijn de diepten in een andere maat, bijv. in Meters gegeven, dan staat dit op de kaart opgegeven. In Duitsche, Fransche en Deensche kaarten worden de diepten meestal in Meters opgegeven. ^ beteekent 200 vaam, geen grond.

In de Engelsche, Hollandsche en Duitsche kaarten zijnde diepten herleid tot gemiddeld laag water bij springtij en in de Fransche kaarten tot het laagste water bij springtij.

De grondsoorten worden aangegeven door verkortingen.

Op Engelsche kaarten beteekent m. mud (modder), s. sand (zand), st. stone (steen), sh. shells (schelpen), oaze (slib), shi. shingles (kiezel), gravel (grint), specks (gespikkeld zand), clay (klei), rock (rotsachtige grond). Verschillende hoedanigheden en kleuren worden evenzoo door enkele letters aangegeven, als: bl. black (zwart), wh. white (wit), r. red (rood), gr. gray (grijs), yel. yellow (geel), green (groen), br. brown (bruin), blue (blauw), f. fine (fijn), c. coarse (grof), br.k. broken (gebroken).

Ook van lichtschepen, vuurtorens, bakens en tonnen worden door verkortingen, nadere aanwijzingen gegeven.

Op Engelsche kaarten beteekent diamond (ruit met verticale diagonaal), str. stripes (strepen), con. conical (kegelvormig*, ch. chequered (geblokt), rings (horizontale banden), cil. (cilindrisch), gl. globulor (bolvormig), can buoy (buikton).

Plaatsen waar reddingbooten gestationeerd zijn, worden in de

Sluiten