Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbeeld. Gestuurd en gelogd:

van 't Z.

H.W. 1. ZW. 8 mijl. 4 str. 4 x 8 = 32

2. ZW.1/-W. 8 „ 4Vo „ 472 x 8 = 36

3. ZW.i/4W. 10 „ 47, „ 474x 10 = 42,5

4. W.72Z. 2 „ 772 „ 772x 2 = 15

5. geen vertier ö ,, =0

6. WtZ. 1 „ 7 „7X1 = 7

7. W.v4Z. 2 „ 7»/4 ï) 774x 2 = 15,5

8. WZW.i/2W.2 „ 672 „ 672x 2 = 13

op op

33 161

L61 33_161

~8~~ : ~8~—~33~

Meest waarschijnlijke koers = —~ :-^=^^- = 47g str- of ZW. 7/8'W.

33

Verheid = — = 16 x/2 mijl.

De wraak of drift. Bij het opteekenen van den koers moet er op gelet worden, dat de richting, waarin het schip voortgaat, niet altijd overeenstemt met de streek van het kompas, welke het schip voorligt.

De oorzaak hiervan is te zoeken in de werking van den wind op den romp en het tuig, en bij een zeilschip bovendien in de dwarsscheeps ontbondene van de kracht van den wind op de zeilen, waardoor het schip zijwaarts wordt weggezet, als de wind niet recht van achteren inkomt. Bij het hek van 't schip peilt men den hoek, dien het kielwater maakt met de kiel, en men brengt dan de drift, in rekening bij den koers.

Zeilt het schip over S.B., dan wordt de drift bijgeteld, over B.B., dan afgetrokken van den voorliggenden koers, daarbij de koersen rekenende van het Noorden door het Oosten rond.

Zeilt men bijv. over S.B., terwijl het schip Zuid voor ligt, dan is, als de drift twee streken bedraagt, de werkelijke kompaskoers ZZW.

Als er veel zee staat en men heeft weinig zeil bij, bijv. bijleggende, kan de drift 6 a 8 streken zijn. Bij den wind zeilende onder gewone omstandigheden, wraakt een goed schip gewoonlijk niet meer dan J/2 streek.

II. DE KOERS- EN VERHEIDSREKENING.

De koers- en verheidsrekening, waarbij de aarde als een bol beschouwd wordt, bepaalt zich in hoofdzaak tot de volgende vragen:

Gegeven de lengte en breedte van de plaats van afvaart, benevens de doorloopen koers en verheid, de lengte en breedte der plaats van aankomst door berekening te vinden.

Gegeven de plaatsen van afvaart en aankomst, den doorloopen koers en de verheid te berekenen.

De bijzondere gevallen zijn:

a. Bij de koersen Noord en Zuid.

Het schip beweegt zich dan langs een meridiaan en verandert

Sluiten