Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ab. B , AL. T-r Bekomen

Koersen, v. ^ I ^ . breedte. ^ ^-W sec b. — —

j Afg. b. = 62°30' N. 4839',42

N.18°W. 20' 19' — 62°49' „ 4880',79 41',37 — — 13',5

Oost 32' — — 62°49' „ — — 2,189 70' —

Noord 25' 25' — 63°14' „ — — — — —

Oost 28' — — 63°14' „ 4935',90 — 2,22 62',2 —

N. 15°W. 30' 29' — 63°43' „ 5000',84 64',94 — - — 17',4

Oost ■ 18' — — 63°43' „ — — 2,258 40',6 —

172',8 30',9

30',9 W. 1

Afg.b. = 62°30'N. V? = 4839',42 AL. = 141',9= 2°21',9 O.

Bek. b. = 63°43'N. \g< == 5000',84 Afg. L. = 10°14' W.

Ab.= 1°13'N. \#—V?'= 161',42 Bek. L.= 7°52',1W.

AL. jjLjL 9 \5—V? 161,42 ' >tom A^ =73' | v- = 96',8 Oen. gez. K. en v.: N. 41° O. 96,8 mijl.

III. STROOMK AVELIN G.

Het kompas en de log geven ons den koers en de vaart door het water, maar niet over den grond. Bevindt het schip zich in

een stroom, dan volgt het niet Eig. 9. (Jen weg door het kompas aan¬

gegeven, maar het beweegt zich volgens de resultante van den gezeilden koers en verheid en den M stroom. Wordt bijv. de gegiste K. en v. in een zeker tijdsverloop door AB en kracht en richting van den stroom in datzelfde tijdsverloop voorgesteld door het pijltje SM, Fig. 9, dan zal het schip niet in B maar in C aankomen, als BC gelijk en even¬

wijdig aan SM genomen is. De stroom wordt benoemd naar de streek, waarheen hij zich beweegt, dus tegengesteld aan de wijze, waarop wij den wind benoemen. Men zegt bijv. de stroom loopt om de Noord, of er loopt een Noordelijke stroom, als de waterdeeltjes Noordwaarts worden verplaatst.

De kracht van den stroom of zijn snelheid wordt uitgedrukt in den afstand, dien de waterdeeltjes verplaatst worden in een uur, in een wacht , soms ook in het etmaal. Op de Engelsche kaarten in zeemijlen per uur.

Sluiten