Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. PLAATSBEPALING DOOR PEILINGEN.

1°. Door kruispeiling. Men verstaat door een kruispeiling de gelijktijdige peiling van twee bekende landpunten. Door het peilen van een punt verstaat men het meten van den hoek, dien de richting, waarin het punt gezien wordt, maakt met de richting van de naald van het kompas.

Miswijzende- of kompaspeiling is de hoek, dien de richting, waarin het punt gezien wordt, maakt met de richting van de kompasnaald.

Magnetische peiling is de hoek, dien de richting, waarin het punt gezien wordt, maakt met den magnetischen meridiaan.

Ware- of Astronomische peiling is de hoek, dien de richting, waarin het punt gezien wordt, maakt met den astronomischen meridiaan.

Om de miswijzende peiling tot ware- of magnetische peiling te herleiden, kan men gebruik maken van de formules:

Ware peiling = Misw. peiling 4- variatie 4- deviatie of Magn. peiling = Misw. peiling 4- deviatie.

Bij de toepassing dezer formules geldt hetzelfde, wat bij de koersen is aangegeven.

Het peilen geschiedt door middel van een peiltoestel, dat op het kompas in het horizontale vlak beweegbaar is.

"Om uit een kruispeiling van ™IG- 12. twee punten door constructie de

plaats van het schip te bepalen, herleidt men de miswijzende peilingen eerst tot magnetische- of tot ware peiling. Hiertoe heeft men de deviatie bij den voorliggenden koers uit de stuurtafel noodig. Men moet dus bij het peilen onmiddellijk den koers, dien het schip voorligt noteeren.

Heeft men de miswijzende peilingen herleid, dan trekt men op de kaart, met behulp van de kompas-rozen, uit de gepeilde

punten lijnen evenwijdig aan de magnetische of ware richtingen en wel in tegengestelden zin; het snijpunt van de beide-lijnen, die peilingslijnen genoemd worden, zal de plaats zijn, waar het schip zich bevindt.

. Als de eelezenheid dit toelaat, moeten de peilingspunten zoo

»<>tr.7an wnpjati rlat rlp hp\c\c nmlinp-sliinen zoo na mogelijk een

rechten hoek met elkaar maken. Aangenomen toen, aai ae peumg

van 't punt A, Fig. 12, juist is, dan zal een tout in de peiling van het punt B, voorgesteld door /_S'BS=Ap, een invloed SS' op de standplaats van het schip hebben. Stellen wij den hoek, gevormd door de beide peilingen, d. i. /_BSA-=P, enBS=:a dan is in AS'SB:

Sluiten