Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 14. Uit A wordt een lijn

getrokken in tegengestelde richting van de peilingslijn. Uit een willekeurig punt C van die lijn, trekt men een lijn CD, die met AC een hoek maakt gelijk aan den gemeten hoek en vervolgens door B een lijn evenwijdig aan CD. Het snijpunt S is dan de standplaats van den

waarnemer. Uien voordeel van deze methode is, dat peiling en hoekmeting te gelijk plaats kunnen hebben door twee waarnemers. Bovendien kan men nauwkeuriger meten met een sextant of octant dan met kompas en peiltoestel.

jijG meten van

aen noen tusschen twee bekende landpunten in het horizontale vlak kan een zeer goed middel zijn om op veilige wijze b.v. een landhoek te ronden of in 'talgemeen om vrij te loopen van gevaarlijke plaatsen onder de kust.

In Fig. 15 stellen A en B twee bekende landpunten voor in de kaart, jpn ;„ j„ i 1"

. jïx/ xo ue js.ut3rBlII.il

van een schip dat de landhoek rond wil stoomen in welks nabijheid zich verschillende gevaarlijke ondiepten bevinden. Men trekt door A en B een cirkel, zoodanig dat de gevaren alle op een behoorlijken afstand, bijv. van een zeemijl minstens binnen den omtrek van den cirkel vallen. Men meet dan met een transporteur (graadboog) den hoek C welke het cirkelsegment ACB bevat en gevaarshoek genoemd wordt. De wijzer van een sextant wordt op een hoek vastgezet gelijk aan C en men heeft slechts te zorgen dat de hoek waaronder A en B zich vertoonen niet verandert. Men volgt dan den cirkelomtrek. In F gekomen vervolgt men de reis volgens den koerslijn FG. Men vergete niet het lood gaande te houden. 3°. Door peiling met verzeiling.

Wanneer een schip nabij een kust zeilt en de gelegenheid het peilen van slechts één bekend punt veroorlooft, peilt men dat punt en stuurt met zekeren koers, totdat het punt zoo mogelijk ongeveer Zeeyaartk.. 8« dr. SzSfJ

4

Sluiten