Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 27.

B De gemakkelijkste en meest

aan te bevelen methode om den grootcirkelboog tusschen twee plaatsen in de wassende kaart ede teeKenen is die, welke met

« behulp van gnomonische kaarten kan geschieden.

Vanwege het Marine-Departement te Washington zijn gnomonische kaarten in den handel

p gebracht van de verschillende

Oceanen.

Zijn deze niet beschikbaar, dan kan men zelf op zeer eenvoudige wijze een gnomonisch kaartnet maken, door als projectievak het raakvlak aan één der aardpolen te kiezen. De parallellen zijn dan concentrische cirkels en de meridianen rechte lijnen die straalsgewijze in het middelpunt dier cirkels samenkomen. Gemakkelijk kan worden aangetoond dat de stralen der parallelcirkels van het net dan gelijk zijn aan de aardstraal maal de cotangens van de breedte der parallellen. De straal van de parallel van 45° breedte is dus gelijk aan de aardstraal. Stelt men b. v. de aardstraal = 4 d.M., dan zijn de stralen der parallellen van het net voor de breedten 30°, 40°, 50° enz., resp. 4 d.M. Vcoi 30°, 4 d.M. X cot40° 4 d.M. X co* 50° enz.

Het is duidelijk dat de equator niet op het net kan voorkomen als het projectie vlak, raakvlak is aan één der polen.

. Zooals wij vroeger gezien hebben bij de kaartprojecties, worden alle grootcirkels op een gnomonische projectie door rechte lijnen voorgesteld.

Op een gnomonische kaart wordt de afstand volgens den grootcirkel tusschen twee plaatsen derhalve voorgesteld door de rechte lijn, die beide plaatsen verbindt. Men ziet nu onmiddellijk, zonder berekening, op welke breedte de meridianen door den grootcirkel worden gesneden en men kan dus op eenvoudige wijze zooveel punten van den grootcirkel der gnomonische kaart op de wassende kaart overbrengen, als wenschelijk is.

Wanneer de plaatsen van afvaart en aankomst op ongelijknamige breedten liggen, moet de grootcirkeltrek, op de eene gnomonische kaart begonnen, op de andere worden voortgezet. Het punt van overgang op den equator kan dan door constructie bepaald worden, zooals in de verklaring op de kaart is aangegeven, of dóór berekening, met behulp van de breedte en de lengte der plaats van afvaart en de koers van afvaart.

Door berekening kan dit op de volgende wijze geschieden:

In Fig. 28 is AB de grootcirkeltrek; C het punt van overgang en /_PAC de hoek van afvaart, die berekend kan worden.

Verlengen wij den meridiaanboog PA tot hij den equator snijdt in een punt B, dan is in den rechthoekigen A ACB

Sluiten