Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Fig. 30 is de boog yQé±EA de rechte opklimming van het punt S als het pijltje m de richting voorstelt, waarin zich de hemellichamen schijnbaar bewegen ten gevolge van de aswenteling der aarde.

Het snijpunt A aan de oppervlakte der sfeer van declinatiecirkel en equator noemt men het voetpunt van den declinatiecirkél, gaande door S.

De rechte opklimming wordt doorgeteld van 0 tot 24 uur.

Een hemellichaam, waarvan de declinatiecirkel door het punt "y" gaat, heeft 0U of 24" rechte opklimming.

De ligging van een punt aan de sfeer kan ook bepaald worden ten opzichte van den waren horizon. Hiertoe beschouwen wij in Fig. 31 de volgende punten, lijnen en vlakken.

Fig. 31. X

v

Het toppunt of Zenith van een plaats op aarde, is het snijpunt van dé normaal (loodlijn) dier plaats met de sfeer boven den horizon der plaats. Waar de verlengde normaal de andere zijde der sfeer snijdt, is het voetpunt of Nadir. In Fig. 31 is T het toppunt en V het voetpunt van de plaats A. Bij een bolvormige aarde gaat de normaal door het middelpunt der aarde. Bij de afgeplatte aarde is dit alleen het geval voor plaatsen gelegen op den equator of aan de polen.

De ware horizon van een plaats op aarde is de grootcirkel, op 90° afstand van top- en voetpunt.

Hoogtecirkels of verticalen zijn grootcirkels, gaande door top- en voetpunt.

De hoogtecirkel van een punt S is de grootcirkel, gaande door S en top- en voetpunt. Zie TSBV in Fig. 31.

Sluiten