Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oe slingerproef van Foucault.

Als men een vrij opgehangen slinger in een zekere richting in beweging brengt, zal die slinger door het volhardingsvermogen in diezelfde richting willen blijven slingeren, natuurlijk steeds gaande door de normaal; draait dus de aarde, dan zal zich het slingervlak ten opzichte van den horizon verplaatsen. Kon men den slinger juist aan de pool ophangen., dan zou de aarde, in een sterrendag of 24 sterrenuren een omwenteling om haar as volbrengend, een vollen cirkel of 360° onder het slingervlak zijn doorgedraaid.

Om een verklaring te geven van de verplaatsing van het slingervlak pIG 30 voor andere plaatsen op

aarde, geeft Fig. 33 een

voorstelling van een deel der aardbol. De pijl in den equator EQ geeft de richting aan waarin de aarde om haar as draait. P is de Noordpool, M is het middelpunt der aarde en B het middelpunt van de parallel, waarop de plaatsen C en D liggen.

Veronderstel dat het slingervlak in C samenvalt met het vlak van den meridiaan, dat de slinger zich dus beweegt in de richting CA, die raaklijn is in C, aan den meridiaan PCK. Na korten tijd, bijv. na één slingering, is C in D gekomen, als de aarde /_KML om haar as is gewenteld. DA is dan de richting van q de raaklijn aan den meridiaan PDL. De richting waarin de slinger dan slingert is echter DF, evenwijdig aan CA, d.i. evenwii-

. ... Tr dig aan de oorspronkelijke

richting Voor een waarnemer heeft het slingervlak dus een afwijking m de richting van de wijzers van een uurwerk, waarvan het bedrag, na een slingering, wordt voorgesteld door /_EDA =/_ CAD. Draait nu de aarde eenmaal om haar as, dan is de afwijkingshoek van het slingervlak gelijk aan de som der hoeken, die A tot hoekpunt hebben en waarvan de beenen beschrijvende lijnen zijn van den raakkegel welke A tot top hèeft en de parallel tot basis. De som van deze hoeken is blijkbaar de middelpuntshoek x van den

Sluiten