Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cirkelsector die ontstaat, wanneer men het ronde oppervlak van dien kegel ontwikkelt.

Stelt men de aardstraal B en de breedte van de parallel gelijk cp, dan is in AAMC:

AC=MCtg AMC= Bcotcp. De straal AC van den cirkelsector is gelijk BcotCp. Hieruit volgt dat de omtrek van den cirkel waarvan AC de straal is, gelijk is * aan 2vBcotCp. De boog van den cirkelsector is gelijk aan den omtrek van de parallel dus gelijk 2 -n B cos Cp.

De hoek van den cirkelsector x verhoudt zich tot 360 als de boog van den sector tot den omtrek van den cirkel, derhalve x: 360° = 2 ttB cos Cp : 2pBcotCp x: 360° = smcp : 1

x=360°Xsin<p De afwijkingshoek van het slingervlak is dus voor een breedte Cp, na 24 sterrenuren slingeren, 360° Xsin&

Voor 1° afwijking van het slingervlak is dus een tijd noodig

24° Een afwijking van 360° of één omwenteling van het

360° XsinQ'

slingervlak zal dus worden volbracht in den tijd^^.

Aan de pool dus-J|^ = 24 uren, op 52° breedte = on-

24"

geveer 30A uur, aan den equator-r-™= », dus geen verplaatsing. . ° <= 1 sin u

In 1851 is de verplaatsing van het slingervlak door Foucault het eerst zichtbaar gemaakt. In het Panthéon te Parijs heeft hij een slinger, bestaande uit een 28 K.G. zwaren bol, opgehangen aan een ijzerdraad van 64 M. lengte, in slingering gebracht. Bijelke dubbele slingering, die 16 secunden duurde, verplaatste de bol zich 2 5 m.M. zijdelings, van boven gezien mét de wijzers van een horloge, over een cirkelrand, die onder den slinger in een horizontaal vlak aangebracht was. 3°. De luchtbewegingAlleen door aan te nemen dat de aarde om haar as draait, kan een bevredigende verklaring gegeven worden van het feit dat de lucht niet rechtstreeks stroomt van plaatsen waar de barometerstand hooger is naar plaatsen waar de barometerstand lager is, doch op Noorderbreedte steeds afwijkt naar rechts en op Zuiderbreedte altnd naar links afwijkt.

Heeft op Noorderbreedte een luchtmassa, ten gevolge van verschil in luchtdrukking neiging om Noordwaarts te stroomen, dan komt die luchtmassa op plaatsen waar de draaiingssnelheid der aarde van West naar Oost geringer is; door het volhardingsvermogen zal die luchtmassa de grootere snelheid van lagere breedten trachten te behouden en dus Oostwaarts d.i. naar rechts afwijken. Bovendien zal die luchtmassa, doordat zij de aardas d.i. de as van wenteling

Sluiten