Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadert, grooter draaiingssnelheid verkrijgen, waardoor de afwijking naar rechts nog grooter wordt.

Een op Noorderbreedte zuidwaarts stroomende luchtmassa komt op plaatsen waar de draaiingssnelheid grooter is, zoodat de lucht, haar mindere snelheid van hooger breedte trachtende te behouden, ten opzichte van die plaatsen Westwaarts, dus naar rechts afwijkt en dit te meer, daar de luchtmassa zich van de as van wenteling verwijdert, waardoor de draaiingssnelheid vermindert.

Om te verklaren dat ook een Oostwaarts of Westwaarts zich bewegende luchtmassa op Noorderbreedte naar rechts afwijkt, brengen wij het volgende in herinnering:

Een hoeveelheid olie, zwevende in een vloeistof van het zelfde soortelijk gewicht, bijv. in een mengsel van alcohol en water, neemt den bolvorm aan. Wordt aan dien r bol een draaiende beweging gegeven, dan krijgt hij door de middelpuntvliedende kracht een afgeplatte gedaante. Blijft de draaiingssnelheid dezelfde, dan blijft ook de afplatting constant, de oliedeeltjes zijn dan onder de werking van middelpuntvliedende kracht en onderlinge aantrekkingskracht in evenwicht. Wordt de draaiingssnelheid grooter dan krijgt de middelpuntvliedende kracht de overhand, de oliedeeltjes vloeien naar den equator, de afplatting wordt grooter; vermindert de draaiingssnelheid, dan wordt de invloed van de aantrekkingskracht grooter, de oliedeeltjes vloeien af naar de polen, de afplatting wordt minder. Een soortgelijk geval, heeft men bij de aarde. Deze draait met eenparige snelheid om haar as. Alles wat op aarde in rust is en dus dezelfde draaiingssnelheid als de aarde heeft, is in evenwicht onder de werking van middelpuntvliedende kracht en aantrekkingskracht. Bij een luchtmassa echter die Oostwaarts vloeit en dus sneller draait dan de aarde, daar ter plaats, krijgt de middelpuntvliedende kracht de overhand en de lucht wijkt af naar den equator dus naar rechts. Bij Westwaarts stroomende lucht is het omgekeerde het geval. De draaiingssnelheid is dan geringer dan die der aarde, de aantrekkingskracht der aarde krijgt de overhand en de lucht vloeit poolwaarts d. i. wijkt af naar rechts.

4°. Valproeven.

Indien men een steen van een toren laat vallen, zal, bij een niet draaiende aarde, de steen in de richting van het paslood moeten vallen. Draait echter de aarde om haar as, dan zal, omdat de draaiingssnelheid aan den top van den toren grooter is dan aan den voet, de steen beoosten de plaats, door het paslood aangegeven, moeten vallen, daar de steen, door het volhardingsvermogen, de grootere draaiingssnelheid van den top, onder het vallen houdt.

Het bestaan van deze oostelijke afwijking is door de proeven van Benzelberg en Reich bewezen; Benzelberg liet kogeltjes vallen van een toren te Hamburg; Reich gebruikte later een 158 M. diepen put te Preiburg tot datzelfde doel; omdat de luchtstroomingen bij de eerste proefneming zulk een grooten invloed konden uitoefenen, verdient deze minder vertrouwen dan de laatste, bij welke de gemeten afwijking 0,0283 M. en de berekende 0,0276 M. bedroeg. Zeevaartk. 8" druk. g

Sluiten