Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ment van de breedte en den uurhoek TPS van 't hemellichaam te berekenen.

Nu kan men wel de randshoogte van een hemellichaam boven de schijnbare kim meten en daaruit met voldoende nauwkeurigheid de ware middelpuntsboogte afleiden, maar het azimuth is aan boord niet met genoegzame nauwkeurigheid te meten. Wij zullen dan ook later zien, dat voor het berekenen van den uurhoek, de zijde TP als bekend wordt aangenomen; men neemt daarvoor het complement van de gegiste breedte. Voor het berekenen van de breedte moet dan de uurhoek bekend ziin.

De vraag doet zich hierbij voor, hoe vindt men de lengte uit den berekenden uurhoek.

Veronderstel op een gegeven oogenblik een hemellichaam in S, dan zal voor een plaats z, Fig. 40, waarvan T de top, dus ATP de hemelmeridiaan is, op dat oogenblik /_SPA de Westelijke uurhoek van dat hemellichaam zijn; maar op het zelfde oogenblik is j?iq 40 voor een plaats g,

de uurhoek /_ SPB.

Het verschil dier hoeken /_APB=hg. AB = bg. ab is het verschil in lengte der plaatsen z en g. Men ziet dus, dat verschil muurhoeken d.i. verschil in tijd op het zelfde oogenblik, voor twee plaatsen het verschil in lengte dier plaatsen is.

Stel nu, dat men een uurwerk mee naar zee neemt, dat juist gelijk loopt met den middelbaren tijd van de plaats g, waarvan PB de hemelmeri¬

diaan is, dat dus 12

uur aanwijst als te g. de middelbare zon in den meridiaan is. Men is in zee, meet de hoogte van de zon en berekent daaruit, dat de

Sluiten