Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

westelijke uurhoek van de middelbare zon bijv. twee uur is. De middelbare tijd a/b dus twee uur namiddag. Bij het meten van de hoogte heeft men op 't zelfde oogenblik op het uurwerk gekeken en weet daaruit, dat het te g. bijv. 6U namiddag was.

Het verschil in tijd is dan 4 uur, het is te g. later dan op de plaats, waar men zich bevindt, men is dus 4 X 15° = 60° bewesten de plaats g. Is die plaats g. het observatorium te Greenwich, dan bevindt men zich op 60° W.L.

Daar men uit de formule

s^We, P _j_ ^ R.0. = M. © W". P + M. © R.O. den westelijken uurhoek van de middelbare* zon kan afleiden uit den westelijken uurhoek van elk ander hemellichaam, kan men voor tijdsbepaling, d. i. voor lengtebepaling alle hemellichamen gebruiken, daar de R.O. uit den Almanak altijd bekend is.

VII ALGEMEENE BESCHOUWINGEN OVER DE HEMELLICHAMEN.

Om in zee de plaats van het schip te bepalen met behulp van declinatie en R.O. der hemellichamen, moeten die coördinaten vooraf berekend worden. De sterrenkunde leert, hoe die coördinaten voor toekomstige tijden bepaald kunnen worden. Hiertoe is het noodig de wegen, die de hemellichamen doorloopen, zoowel als den tijd, waarin die wegen doorloopen worden, den aard der beweging enz. te kennen.

Bij een beschouwing der hemellichamen leert men een groot onderscheid kennen tusschen sterren, planeten, zon, maan en kometen.

De aarde, een planeet, heeft behalve haar wentelende beweging om haar as, ook een beweging waarbij zij zich verplaatst. Zij beweegt zich n.1. in een ellipsvormige, weinig van den cirkelvorm afwijkende baan om de zon, zoodanig, dat zij in een tijdvak van wat wij een jaar noemen, ten opzichte van de zon, weer dezelfde plaats inneemt. Behalve de aarde bewegen zich nog een aantal andere planeten, eveneens in elliptische banen om de zon, alle in vlakken, die slechts kleine hoeken met elkaar maken. Ofschoon nu de straal van de baan, die de aarde om de zon beschrijft, ruim twintig millioen geografische mijlen bedraagt, en de afstand van de verst van de zon verwijderde planeet tot de zon nog ruim 30 maal zoo groot is, zijn die afstanden nog uiterst klein in vergelijking met de afstanden, waarop de sterren van de zon staan; de naastbij zijnde ster x Centauri is toch ongeveer 272000 aardbaanstralen van ons verwijderd.

Men kan dus het zonnestelsel, dat is de zon met haar planeten beschouwen als een afzonderlijk groepje hemellichamen, tusschen en op ontzaglijke afstanden van de sterren gelegen.

Om de planeten draaien weer kleinere hemellichamen, manen, die dus een meer samengestelde beweging hebben.

Doordat de aarde zich om de zon beweegt, zullen de richtingen waarin de hemellichamen uit de aarde gezien worden, moeten veranderen. Door de groote afstanden waarop de sterren zich bevinden, is die verandering van hunne richtingen onbeduidend. Zelfs

Sluiten