Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de aarde de twee verst van elkaar verwijderde plaatsen van haar baan inneemt, d.i. als zij 40 millioen geogr. mijlen verwijderd is van de plaats, die zij een half jaar vroeger innam, is dat verschil in richting bij de naastbijzijnde ster nog geen twee secunden boogs.

Wij zien dus, dat, als de sterren zich niet verplaatsen, hare deel. en R.O. dezelfden moeten blijven. In werkelijkheid vindt men dan ook, dat dit nagenoeg het geval is; van daar de naam vaste sterren. Wel hebben de sterren een meer of minder sterke eigen beweging, maar door de groote afstanden, heeft dit alleen na verloop van eeuwen, invloed op de onderlinge schijnbare plaats. Door de beweging van de aarde om de zon verandert de richting, waarin de zon gezien wordt, voortdurend. Men ziet de zon steeds met andere punten van de sfeer overeenkomen. Als de sterren over dag zichtbaar waren, zou men de zon eiken dag bij andere, meer Oostelijk gelegen, sterren zien staan, en in den tijd van een jaar zou men haar schijnbaar aan de sfeer een grootcirkel (zonsweg) zien doorloopen. De zon verandert dus van plaats aan de sfeer , een beweging, die wel onderscheiden moet worden van.de schijnbare dagelijksche beweging der sfeer met al de hemellichamen, als gevolg van de wenteling der aarde om haar as. De declinatie en R.O. van de zon veranderen dus onophoudelijk.

Bij de planeten heeft men vooreerst een verandering in richting, omdat de aarde zich verplaatst en dit van grooten invloed is, omdat de planeten betrekkelijk dicht bij de aarde zijn, en ten tweede een verandering in richting, doordat de planeten zelf zich in hun banen om de zon verplaatsen. De samenwerking van die twee oorzaken maakt, dat de verandering in richting, dus de verandering van deel. en R.O. onregelmatig is; vandaar de naam van dwaalsterren. Het woord planeet beteekent: iets dat dwaalt.

VIII. DE VASTE STERREN.

Reeds van de vroegste tijden af heeft men de sterren om ze van elkaar te onderscheiden, verdeeld in verschillende groepen, zoogenaamde sterrenbeelden. Enkele van de helderste sterren, hebben bovendien nog eigen namen. Later heeft men de voornaamste sterren van ieder beeld aangeduid door de letters van het grieksche alphabet, de helderste «, de tweede in helderheid, (3 enz.

Somtijds worden de sterren ook aangewezen door de nummers, waaronder ze voorkomen op zoogenaamde sterrenlij sten, waarop de sterren gerangschikt zijn volgens de R.O. Zoo heeft men o.a. sterrenlij sten van Flamsteed en van Argelander.

De sterren worden ook nog verdeeld in klassen, naarmate van de lichtsterkte of grootte. De eenheid van lichtsterkte die aangenomen is, wordt aangegeven door 1,0 en de grootte der sterren wordt uitgedrukt tot in tiende deelen van. die lichteenheid. De tien sterren die helderder zijn dan de lichteenheid hebben een grootte die minder dan 1,0 is. De waarde 0,3 voor Arcturus duidt aan dat de ster 0,7 van de lichteenheid helderder is dan een ster van de le grootte; de waarde —1,4 voor Sirius, beduidt dat deze ster 2,4 lichteenhëden helderder is dan een ster van de le grootte.

Sluiten