Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De afstanden van de vaste sterren.

Indien men den afstand tot een voorwerp niet rechtstreeks kan meten, dan kan men dien toch bepalen door uit de uiteinden van een bekende lijn als basis, de hoeken te meten, die de richtingen, waarin 't voorwerp zich vertoont met de basis maken. Den hoek, waaronder uit het voorwerp de basis zich vertoont, noemt men verschilzicht of parallax. Om nu de parallax van een zeer ver verwijderd voorwerp bijv. van een vaste ster te bepalen, moet men natuurlijk ook een groote basis gebruiken.

Bij de eerste pogingen tot het bepalen van de parallaxen van vaste sterren werd dan ook als basis aangenomen de groote as van de elliptische baan, die de aarde om de zon beschrijft. Men bepaalde n.1. de R.O. en deel. van een ster in Januari en men deed een half jaar later hetzelfde, waardoor men trachtte te geraken tot den hoek, waaronder uit de ster de aardbaanas zich vertoont.

De helft van dien hoek noemt men de jaarlijksche parallax.

De jaarlijksche parallax van een vaste ster is de hoek, waaronder uit die ster de halve groote as der aardbaan zich vertoont.

Hoe uitstekend echter tegenwoordig de instrumenten ook zijn, leverde deze methode geen resultaten op.

Op eene andere wijze is het evenwel gelukt de afstanden van eenige sterren te benaderen en wel met zoogenaamde dubbelsterren, eu™™™ Tan A\* dnhrmlstprren. nhusische dubbelsterren,

;enaamd, bestaan uit twee sterren, die werkelijk betrekkelijk dicht bij elkander staan en zeer waarschijnlijk om mn gemeenschappelijk zwaartepunt wentelen. Sirius en >ok Antares zijn physische dubbelsterren. Men heeft ook Irievoudige- en viervoudige, in het sterrenbeeld Orion selfs een vijfvoudige ster ontdekt.

De optische dubbelsterren zijn sterren, die slechts ichijnbaar zeer dicht bij elkaar staan, maar waarvan het verschil in lichtsterkte het waarschijnlijk maakt, dat zij n werkelijkheid op zeer grooten afstand van elkaar verwijderd zijn. Stel S Fig. 41 de dichtstbijzijnde ster van 3en optische dubbelster, en S' de verst afgelegene, dan ziet men, als de aarde zich in A bevindt, de beide sterren onder den hoek SAS'. Een half jaar later is de aarde in A' en ziet men de sterren onder den hoek SA'S'. Neemt men nu aan, dat de afstand van S' zoo groot is, dat de parallax gelijk nul gesteld mag worden, dus /_S'AB= /_S'A'B, dan is het verschil van de hoeken SA'S' en SAS' de dubbele jaarlijksche parallax van S. Uit de Fig. volgt toch:

/_SA'B=/_SAB-\-l_ASA'

/_S'A'B-= /_S'AB volgens de onderstelling

Fig. 41.

/SA'S' = ISA S' + l_ASA' / ASA'= /SA'S'—^SAS'

Sluiten