Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halve

Fig. 44.

/Juni

KJm

/Juli

/5JuÜ

sterren zich bevinden, kan hiér worden aangenomen dat, waar de aarde zich in haar baan bevindt, de ster S steeds in dezelfde richting gezien wordt.

De aarde doorloopt haar baan in ongeveer 12 maanden, dus in een halve maand ongeveer van haar baan.

Venus heeft een omloopstijd van 225 dagen en legt dus in een

1 i

maand ongeveer —=■ van haar baan at. 15

Stel nu, dat op den len Juni de aarde in A en Venus in V staat, dan zullen A' en V', A" en V" enz. de overeenkomstige standen zijn der planeten op 15 Juni, 1 Juli enz., wanneer AA', A'A" enz. 24e deelen zijn van den omtrek der aardbaan en VV', V'V" enz. 15e deelen van den omtrek van de baan van Venus.

Als Venus zich ,nu op 1 Juni vertoont in de richting van een vaste ster S, dan ziet men na dien datum Venus zich verplaatsen in een richting Oostwaarts van de ster.

Na 15 Juni is er stilstand en teruggang te bemerken, zoodat op 15 Juli Venus zich bewesten de ster S vertoont.

Tusschen 1 Aug. en 15 Aug. is het duidelijk dat Venus haar eerste beweging van West naar Oost hervat heeft. Op 1 Sept. staat zij alweer een heel eind beoosten de ster S.

In Fig. 45 heeft men een voorstelling van da teruggaande beweging van een buitenplaneet.

AZsteU de halve loopbaan voor der aarde en MZ die van Mars. De aarde doorloopt in één maand ongeveer

-^ van haar baan, Mars met

1Aug.

!5Aug.

Fig. 45.

Sluiten