Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met behulp hiervan vindt men in ■ Ay SA het gevraagde, n.1.

sin SA = sin SyA sinyS of sin breedte = sin(SyB—x)sinyS en tgyA = cos SyA tgyS of tg lengte = cos (SyB—x). tg yS

Ook zonder den hulpboog ySlzaa het vraagstuk worden opgelost. In boldriehoek pPS is n. 1. bekend

pP — 23°27', PS=90°—d en / j»P-S=90°4-R.O. Met deze gegevens kan men dus berekenen pS=90°—breedte en /_PpS= 90°—lengte. De zon bevindt zich steeds in de

ecliptica, als men de storingen in de aardbaan buiten rekening laat; de breedte van de zon is dus altijd nul.

In AZyB is cosyZ=cosyBcosZB dus cos lengte zon = cos R.O. cos d. Bij een beschouwing van Fig. 52 valt nog op te merken i dat bij een kleine verandering in lengte der zon in de nabijheid van de punten y en =o= de overeenkomstige verandering in R.O. kleiner zal zijn dan de verandering in lengte. Is de zon echter in de solstitiën c of e, dan zal een geringe verandering in lengte kleiner zijn dan de overeenkomstige verandering in R.O. Tusschen de solstitiën en nachteveningspunten moeten er dus gedeelten zijn, waar de verandering in lengte gelijk is aan de overeenkomstige verandering in R O.

Om het verband na te gaan tusschen een kleine verandering in 0 lengte en de overeenkomstige verandering in © R.O. is in Fig. 53, NP de noordpool van de hemelsfeer, AQ de hemelequator en EC de ecliptica. De pijl in .den equator geeft' dan de richting aan der schijnbare dagelijksche beweging van de hemelsfeer en de dubbele pijl in de ecliptica, de schijnbare jaarlijksche beweging der zon.

Zij verder: de helling der ecliptica — x

HL = A L. (kleine verandering in © lengte) £D=AR.O. (overeenkomstige verandering in © R.O.).

Trekt men het boogje van den parallel HK, dan kan A HLK als plat en rechthoekig beschouwd worden, zoodat HK= HL cos LHK~ A L. sin PHC.

In boldriehoek PHC is: sin PHC=^^FrTF==^-^j

sin PH cos a

rr^r -r cosx

Hieruit volgt: HK= Ah. r

cos d

Sluiten