Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelmatig is; in de nabijheid van het Perigeum is de snelheid het grootst, in de nabijheid van het Apogeum het kleinst. Dit maakt, dat de verandering der zon's R.O. in den loop van een jaar onregelmatig is, en dus de duur van de opvolgende zonnedagen eveneens. Een zonnedag zal het langst duren, wanneer de verandering der zon's R.O. zoo groot mogelijk is, d.i. op_ 21 December ongeveer en een zonnedag zal het kortst zijn, wanneer de verandering der zon's R.O. zoo klein mogelijk is, d.i. op 21 September ongeveer.

Nu kan men zich de mogelijkheid denken van het bestaan van een uurwerk, zoo volmaakt, dat het altijd met eenparige snelheid loopt, een uurwerk dus dat juist gelijk loopt met sterrentijd, of dat juist gelijk loopt met den tijd van een hemellichaam, dat eenparig van R.O. verandert, maar men kan geen uurwerk maken, zoo volkomen, dat het de zon in haar onregelmatige verandering van R.O. volgt.

Ook ligt het voor de hand, dat een eenheid van maat, steeds even groot behoort te zijn en daar de zonnedagen niet even lang duren, is een zonnedag niet geschikt om als eenheid van tijdmaat dienst te doen.

Om aan dit bezwaar te gemoet te komen, heeft men een denkbeeldige zon aangenomen, die in denzelfden tijd, waarin de ware zon een omloop in de ecliptica volbrengt, zich met eenparige snelheid in den equator beweegt.

Den tijd, naar die denkbeeldige zon, middelbare zon genaamd, gerekend, noemt men middelbaren tijd; tijd, naar de ware zon gerekend, noemt men waren tijd.

De middelbare zon is een denkbeeldige zon die zich met eenparige snelheid in den hemelequator beweegt, die er even lang over doet als de ware zon om van het punt y in datzelfde punt terug te komen en die zoodanig geplaatst wordt dat zij nooit ver van de ware zon verwijderd is.

Uit het bovenstaande moet de gevolgtrekking niet gemaakt worden dat ware- en middelbare zon, gelijk in he.t punt y zijn; zooals hierna, wordt verklaard is dit niet het geval.

De middelbare tijd geeft in den regel niet juist den stand van de zon aan; zoo zal men in Amsterdam zeggen, dat het middag is als daar de borden van het tijdsein vallen, d. i. te 0U middelbaren tijd Amsterdam, en dan zullen op den eenen tijd van 't jaar nog eenige minuten, op zijn hoogst ongeveer 14 kunnen verloopen voor dat de zon in den meridiaan staat, en den anderen tijd van 't jaar zal de werkelijke middag reeds hoogstens ongeveer 16 minuten gepasseerd kunnen zijn.

Aan den wal rekent men met middelbaren tijd. Aan boord worden de klokken na de tijdsbepaling gewoonlijk met waren'tijd gelijk gezet.

Burgerlijke en Zeevaartkundige tijd.

Bij de burgerlijke tijdrekening laat men den dag beginnen te middernacht, gerekend volgens middelbaren tijd. Men telt dan van 12 uur 's nachts tot 12 uur 's middags en noemt dezen tijd voor-

Sluiten