Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemellichaam in de richting AS'. Noemen wij de /_SAS' = x eii

/_SAa = Cp dan is in AAbc:

Ab:bc = sin bcA : sin bAc

Ab : Aa=zsin (cp—x): sin x

Aa . . . . sin x — —TYSimCp—x). Ab

De grootste snelheid van de aarde in haar baan, d.i. haar snelheid in het Perihelium, bedraagt 30,25 K M. in de secunde; de kleinste snelheid, in het Aphelium, is 29,23 K.M.; de gemiddelde snelheid is 29,74 K.M. per secunde. Voert men deze gemiddelde snelheid in voor Aa en voor Ab, de snelheid van het licht, welke ongeveer 300000 K.M. per secunde bedraagt, dan wordt:

29 74

Als men in deze formule, «, welke zeer klein is, ten opzichte van cp verwaarloost, dan wordt

29 74

sin«=mmsin<p- ■; •

Bij de zon is de richting van de cirkelvormig veronderstelde beweging der aarde in ieder punt van haar baan loodrecht op de ware' richting waarin de zon zieh bevindt, dus wordt voor de zon 29 74

d) = 90° en sin x = ' waaruit x = 20",47. öuuuuu

Ten gevolge van de aberratie van het licht, ziet men de zon dus 20",47 westelijker dan de plaats waar zij zich werkelijk bevindt. Dit bedrag 20,"47 noemt men de constante van de aberratie.

Voor de algemeene formule voor de aberratie, zie (1) vonden wij

29 74 29 74

sin aberratie = ' cp; doch ' = sin x ss siw constante van

de aberratie; derhalve sin aberratie = sin 20",47 sin Cp.

Neemt men voor de sinussen der zeer kleine hoeken, de hoeken Xsiwl", dan wordt:

aberratie = 20",47 sin Cp. De constante van de aberratie kan ook op iets eenvoudiger wijze bepaald worden uit AAbc, die voor de zon, rechthoekig wordt in b. bc 29 74

Men heeft dan: tqx = —^ waaruit x = 2Q"Al.

* Ab 300000

Om den invloed na te gaan, dien de aberratie■ van het licht op de schijnbare plaatsen der vaste sterren uitoefent, stellen wij in Fig. 60 EC het vlak van de ecliptica, S een ster op zoodanigen grooten afstand, dat Za, de straal van de cirkelvormig veronderstelde aardbaan, daarbij vergeleken nul is. De ster heeft dan geen parallax, en zonder aberratie zou een waarnemer bij den voortgang der aarde de ster achtereenvolgens volgens evenwijdige richtingen aS, a,S, a2S, a^S zien, d.i. hij zou de ster steeds op dezelfde plaats zien. Door de aberratie echter ziet de waarnemer de ster in andere richtingen; de ster verplaatst zich schijnbaar aan den hemel en wel in het vlak, gaande door de ware richting van de ster en

Sluiten