Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de richting, waarin de aarde zich voortbeweegt, dus achtereenvolgens in de vlakken Sab, Saxbx, SaJ>2, Sasbs. .

Het bedrag van de aberratie is, zooals wij gezien hebben, 20",47 sinCp, waarin <p de hoek is, gevormd door de ware richting van het hemellichaam en die, waarin de aarde zich voortbeweegt. Wij hebbèn dus hier voor het bedrag van de aberratie achtereenvolgens 20",47 sin Sab, 20",47 sin Salbl, 20",47 sin Sa2b2 en 20",47 sin Sa3b3.

Nu is in stand a, /_Sabz=z90°, dus de aberratie = 20 ,47.

In stand a2 is ^Sa262 = 90°, dus is ook daar de aberratie = 20",47, maar nu in tegengestelden zin. In stand ax, waar de richting, waarin de aarde voortsnelt, evenwijdig is aan AB, is /_Saxbx gelijk aan het supplement van de breedte (3 van de ster S, dus /_Saxbx = 180°—(3 en het bedrag van de aberratie in stand ax, derhalve 20",47 sin (180°—/3) = 20",47 sin (3. In stand cs3 is de aberratie eveneens 20",47 sin (3, doch zooals uit de figuur blijkt, in tegengestelden zin. ■'

Volgens de onderstelling is Za = 0, trekt men dus uit Z lijnen evenwijdig aan de richtingen, waarin de ster achtereenvolgens gezien wordt, dus evenwijdig aan ,aS', a,S', a2S\ a3S', dan is het duidelijk, dat, als ook de tusschenstanden in aanmerking worden genomen, de ster in den tijd van een jaar schijnbaar een ellipsje zal moeten beschrijven.

Ten gevolge van de aberratie van het licht, beschrijven de sterren in den tijd van een jaar, schijnbaar ellipsjes waarvan de halve groote as 20",47, en de halve kleine as 20",47 maal den sinus van de breedte van de ster is. '

Is de breedte = 90°, dan gaat de ellips over in een cirkel; is de breedte = 0°, dan wordt de ellips een boogje aan de sfeer van 41".

Toen Bradley, een Engelsch sterrenkundige, in het begin der 18e eeuw de jaarlijksche parallax van eenige vaste sterren trachtte

Fig. 60.

P

C

A

Sluiten