Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorzaak van de teruggaande beweging der knooplijn is de aantrekkingskracht van zon en aarde op de maan, in verband met de snelle beweging van de maan om de aarde. De [genoemde aantrekkingskracht tracht de maansbaan met de ecliptica te doen samenvallen; de snelle beweging der maan in haar baan wijzigt de werking der aantrekkingskracht zoodanig, dat de hoek, gevormd door maansbaan en ecliptica, nagenoeg dezelfde blijft, en de knooplijn in nagenoeg 182/3 jaar een omwenteling volbrengt in de ecliptica in een richting, tegengesteld aan die, waarin de maan-Tzich om de aarde beweegt.

Een soortgelijk verschijnsel als de nutatie van de aardas vertoont ook de as van de maansbaan.

Door de ongelijke aantrekkingen n.1., die zon en aarde in hun verschillende standen op de maan uitoefenen, varieert de helling van de maansbaan in een tijdsverloop van omstreeks 291/2 dag, wanneer de maan ten opzichte van zon en aarde weer denzelfden stand inneemt, ongeveer 17'.

Een gevolg van de verplaatsing der knooplijn is de verandering in het bedrag der maximum-declinatie, die de maan in een omloop om de aarde kan verkrijgen.

Veronderstelt men in A, Fig. 62, dat de knooplijn samenvalt met de lijn Y=ü=, zoodat de lengte van de <Oo = 0, dan is, zooals uit de figuur blijkt, de maximum-declinatie, die de maan in den tijd van een omloop kan verkrijgen, 2%ll2° -j- 5°9' = 281/2° ongeveer Noord en Zuid.

Na y^ van 18a/s jaar valt de knooplijn samen met de lijn ec, zooals Fig. B te zien geeft. De grootste declinatie, die de maan dan kan verkrijgen is gelijk /_cmQ — 24°2',5 ongeveer. Weer na i/i van 182/3 jaar valt de knooplijn wederom samen met de lijn Y=Q=, (Po en "^JP zijn nu van plaats verwisseld, zie Fig. C; de maximum-declinatie is nu slechts IS1^0 ongeveer.

Na 1/4 van 182/3 jaar is de maximum-declinatie gelijk ,/cbQen. weer 24°2',5 ongeveer, zie Fig. D, en nogmaals */4 van 182/3 jaar later is de toestand weer als in Fig. A.

Voor de bepaling van de maximum-declinatie, in de beide gevallen waarin de knooplijn en de lijn Y=£= een rechten hoek vormen, kan in Fig. 62 D de /_cbö aldus berekend worden:

In den rechthoekigen boldriehoek cbQ is: ' cos cbQ —sin bcQ cos cQ

/_bcQ is het complement van 5°9' en cQ = 231/2° dus . coscbQ = cos5°9/-cos23'/2° waaruit /_cbQ = 24°2',5.

Excentriciteit der maansbaan.

De baan die de maan om de aarde beschrijft is ongeveer een ellips. Berekent men op soortgelijke wijze als op bl. 113 voor de zonsbaan gedaan is, de numerieke excentriciteit van de maansbaan uit de grootste halve middellijn die 16'25" en de kleinste die 14'46"

bedraagt, dan blijkt die excentriciteit ongeveerte zijn.

Sluiten