Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer /_AZA' = <p gesteld wordt, x = ööq X °s waaruit

J—Jt (1).

360 a J Trekt men A'B evenwijdig aan AZ, zoodat ook /_BA'M'' = <p, dan zal er als de maan in B is, een siderische omloopstijd van de maan verloopen zijn, sedert de maan in M was. De maan moet dan nog de boog BW doorloopen, voordat de synodische omloopstijd volbracht is. Men heeft derhalve ook, synodische omloopstijd, d.i.

Z * = b + lÊöXb-:(2)

Uit (1) en (2) volgt:

x , . ab

x=b-\—Yb of ax=ab-\-bx, waaruit xz=. =.

1 a a—b

Voert men de waarden in az=3651/4 d. en & = 27V3 d., dan vindt men voor den synodischen omloopstijd der maan 29'/2 dag of nauwkeuriger, 29d12u44m38.

De synodische omloopstijd is voor ons de belangrijkste, omdat .de schijngestalten der maan zich naar dien omloopstijd regelen.

De schijngestalten of phasen van de maan.

De maan is uit zich zelf een donker hemellichaam; alleen de naar de zon toegekeerde helft is dus verlicht en daardoor zichtbaar. Nu zien wij door de verschillende standen, welke de maan achtereenvolgens ten opzichte van zon en aarde inneemt, afwisselend kleinere en grootere gedeelten van die verlichte helft. Deze verschillende zichtbare gedeelten noemt men de schijngestalten of phasen van dé maan.

Onderstellen wij in Fig. 65 de ecliptica in het vlak van teekening. Daar de zon bijna 400 maal verder dan de maan van de aarde verwijderd is, kan men aannemen, dat, waar de maan ook geteekend staat, de rechterhelft verlicht, de linkerhelft niet verlicht is.

Als de maan zich in M bevindt, tusschen de zon en de aarde in, als maan en zon dus dezelfde lengte hebben, is de maan in conjunctie. De geheele verlichte helft is dan van de aarde afgekeerd, en de maan is onzichtbaar. Het is dan nieuwe maan. De zon en de maan gaan ongeveer gelijktijdig door den meridiaan; voor plaatsen, gelegen op den meridiaan cd volkomen gelijktijdig.

"Was nu de knooplijn ongeveer naar de zon gericht, dus de breedte van de maan nul of gering, dan zou er een geheele of gedeeltelijke zonsverduistering plaats hebben. Aangezien wij hier den synodischen omloop van de maan beschouwen, kunnen wij in de figuur de zon in dezelfde richting laten, terwijl wij de maan verder in haar cirkelvormig aangenomen - baan laten voortbewegen. Na een paar dagen zal de maan dan in Mx zijn gekomen en het gedeelte ab, dat zich als een sikkel voordoet, wordt zichtbaar. De punten dier sikkel noemt men wel de horens.

Na "/4 van 29r/2 dag van nieuwe nlaan af, wanneer het lengte-

Sluiten