Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna houdt de maan langzamerhand op onze nachten te verlichten. Nog eenigen tijd zien wij de sikkel 's morgens vroeg opkomen, totdat zij zich geheel in de zonnestralen verliest, en 29'/2 dag na de vorige maal is het weer nieuwe maan.

Het aschgrauwe licht.

Nabij nieuwe maan keert de aarde nagenoeg haar volle, door de zon verlichte helft, naar de maan. Het licht, dat de aarde dan op de maan werpt, wordt teruggekaatst ^ en dit kan zoo sterk zijn, dat men de geheele schijf, vaal grauw gekleurd, kan waarnemen.

Eenige dagen voor en na nieuwe maan vertoont dit verschijnsel zich soms zeer duidelijk.

Gewoonlijk ziet men dan de sikkel als met grooter straal beschreven dan het overige gedeelte der schijf; dat is echter gezichtsbedrog en een gevolg van de irradiatie van het licht, waardoor sterk verlichte voorwerpen grooter schijnen dan minder verlichte.

De aswenteling der maan. Libratie.

Met een kijker, kan men duidelijk een groot aantal bergen en kraters op de maan waarnemen. Ook ziet men duidelijk de schaduwen, welke de bergen, doordat zij het zonlicht onderscheppen, achter zich werpen. Die schaduwen zijn de vlekken, welke met het bloote oog worden waargenomen.

Uit de omstandigheid dat men de vlekken op de schijf van de maan bijna niet van ligging ziet veranderen, leidt men af dat in denzelfden tijd, waarin de maan eens om de aarde wentelt, zij ook eens om haar as draait.

De omwentelingstijd der maan om haar as, is dus gelijk aan haar siderischen omloopstijd om de aarde, dat is gelijk 27'/3 dag.

De oorzaak van dit bizonder verschijnsel is zeer waarschijnlijk te zoeken in wrijving ten gevolge van getijden.

Toen de maan nog vloeibaar was en zij vermoedelijk nog met groote snelheid om haar as wentelde, ontstonden door de aantrekkingskracht der aarde reusachtige getij golven op de maan. Deze getijgolven werkten op de draaiende maan, als een rem op een rad en vertraagden ten slotte de omwentelingssnelheid zoodanig, dat deze gelijk werd aan den omloopstijd om de aarde.

Zooals reeds is opgemerkt, blijven de vlekken niet volkomen dezelfde plaatsen innemen. Men neemt daarentegen kleine periodieke verplaatsingen waar, die men Libratie noemt. Men onderscheidt:

1°. Libratie in breedte. Deze is een gevolg van de helling van de as der maan op het vlak van de maansbaan. Deze helling bedraagt ongeveer 831/2°.

Stel de maan in m, Fig. 66, en dat een vlek e zich juist in den equator van de maan bevindt, dan ziet men die vlek van uit de aarde A, boven de richting, waarin het middelpunt der maan zich vertoont.

Sluiten