Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongeveer 13,7 dag later, als de maan in m' is, ziet men dezelfde

vlek e juist evenveel beneden de richting, waarin het middelpunt zich vertoont.

Fig. 66. In een halve om-

p „ wenteling der maan

om de aarde heelt de vlek zich dus schijnbaar 2 maal eb, d. i. ongeveer 2-X6 72°=13°ver-

nlnnfat in aan ■A.i-

ting loodrecht op de maansbaan.

Denkt men zich in Fig. 66 de lijn Ae getrokken, dan is tweemaal /_eAm de schijnbare verplaatsing der vlek, van uit de aarde gezien. Voor Am=60 aardstralen, e/w = 0,28 aardstralen en /_emA = 6°30' is /_eAm=.2' ongeveer.

2°. TAbratie in lengte. Deze ontstaat door de niet eenparige snelFig. 69. heid, waarmede de

maan zich om de aarde

beweegt, in verband met de wel eenparige snelheid, waarmede de maan om haar as draait.

Stel, dat de maan zich in m, Fig. 67, dus in 't Perigeum bevindt , dan vertoont een vlek c zich van uit de aarde A, juist in de richting van het middelpunt der maan, Na i/4 van een side-

, ■ . rischen om loopstri d zal

de maan zich ergens m m, bevinden. De maan heeft dan »/. van haar aswenteling volbracht en de vlek c vertoont zich, zooals uit de figuur blijkt, links van het middelpunt.

Is de maan in m.2 in 't Apogeum, dan vertoont de vlek zich weer in de richting van 't middelpunt. Na »/4 van een omloopstijd, als de maan zich m m3 bevindt, vertoont de vlek zich uit A rechts van het middelpunt.

De libratie in lengte is dus een zijdelingsche heen en weer gaande verplaatsing der vlekken in het vlak van de maansbaan.

3°. Be parallactische libratie. Deze is een kleine dagelijksche verplaatsing, hierdoor ontstaande, dat de waarnemer zich niet in het middelpunt der aarde, maar aan de oppervlakte bevindt.

Stel, dat de maan zich bevindt in m, Fig. 68, d.i. in den waren horizon van den waarnemer a op aarde, dan vertoont zich een plek c iets beneden het middelpunt van de maan. Als de maan in m, in top is, dan vertoont de vlek zich juist in de richting van het

Sluiten