Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna 400 maal dichter bij ons is dan de zon, en zij derhaive uit verschillende plaatsen van het oppervlak der aarde beschouwd, veel meer dan de zon, met verschillende punten van den hemel schijnt overeen te komen.

Een maansverduistering daarentegen wordt op alle plaatsen der aarde, waar zij zichtbaar is, op hetzelfde oogenblik en op dezelfde wijze gezien, omdat er hier geen lichaam is dat zich tusschen de aarde en maan stelt, maar omdat de verduistering aan de maan zelve plaats heeft.

De maansverduisteringen zijn zichtbaar voor de grootste helft der aardoppervlakte, omdat gedurende den tijd der verduistering, behalve de oorspronkelijk naar de maan toegekeerde aardhelft, andere plaatsen, door de aswenteling der aarde, de verduisterde maan boven den horizon krijgen. Een zonsverduistering is in het gunstigste geval nog niet over een tiende deel der aardoppervlakte zichtbaar. Het gevolg is, dat voor een bepaalde plaats op aarde een zonsverduistering een zeldzamer verschijnsel is dan een maansverduistering. Terwijl in een tijdvak van 18 jaren gemiddeld ongeveer 29 maansverduisteringen voorkomen, bedraagt het aantal zonsverduisteringen voor de geheele aarde in die periode gemiddeld 41. Voor een bepaalde plaats op aarde zijn er ongeveer drie maal zooveel maansverduisteringen als zonsverduisteringen waar te nemen.

De teruggang der knooplijn van de maansbaan heeft ten gevolge, dat de tijden van het jaar, waarop alleen verduisteringen mogelijk zijn, van jaar tot jaar ongeveer twintig dagen worden vervroegd.

De zonsweg heeft zijn naam, ecliptica, te danken aan het feit, dat er alleen eclipsen plaats kunnen hebben, als de maan zich in of zeer nabij den zonsweg bevindt.

Over den afstand, de grootte en eenige bizondèrheden van Zon en Maan.

Daar de afstand van de maan tot de aarde betrekkelijk gering is', kan deze op de volgende wijze bepaald worden.

Stel, dat op twee plaatsen A en B, Fig. 73, die op denzelfden meridiaan liggen en veel in breedte verschillen, gelijktijdig de maansmeridiaans-topsafstanden TAM en T'BM worden waargenomen, dan kan met behulp van de bekende breedten der plaatsen A en B (/_AOB is het algebraïsch breedteverschil der plaatsen A en B) en de bekende aardstralen OA en OB in A OAB de l_/_OAB, OBA en de zijde AB berekend worden.

Verder is l_MAB= 180°—(l^OAB + /_TAM) en l_MBA = 180°—\l_OBA + /_T'BM).

In AABM kan dus AM of BM berekend worden.

Ten slotte kan dan in AOAM, met behulp der bekenden OA, AM en l_OAM, de zijde OM, d.i. de afstand der maan, en /_AMO, d.i. de parallax in hoogte voor den waarnemer in A, bepaald worden.

Men heeft voor den afstand, die op deze wijze door gelijktijdige waarnemingen te Berlijn en aan de Kaap de Goede Hoop bepaald werd, gemiddeld ongeveer 51800 Geogr. mijlen of ongeveer 60aard-

Sluiten