Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE AFDEELING.

INSTRUMENTEN.

L TOESTELLEN OM TE LOODEN.

Het lood behoort tot de belangrijkste en meest onmisbare zeevaartkundige instrumenten. Het geeft den zeeman, bijna zonder uitzondering, betrouwbare aanwijzingen omtrent den standplaats van zijn schip. In de nabijheid van land is herhaaldelijk looden noodzakelijk. Het is daarbij natuurlijk gewenscht om rekening te houden met de watergetijden.

Het gewicht van het handlood is van 3 tot 9 K.Gh Het middelbaar lood weegt 12 K.Gh, het zwaar lood 25 K.Gf. De loodlijn is van 18 tot 27 draad drie strengs kabelslag, tegen zon geslagen en behoort dus tegen zon te worden opgéschoten.

De loodlijn wordt gerekt en nat gemaakt voor dat de merken worden aangebracht', daar de lijn krimpt als hij nat wordt.

De handloodlijn heeft een rood lapje op 3 vaam, een wit lapje op 5 vaam, een blauw lapje op 7 vaam, een leeren reepje met één gaatje op 10 vaam. Op 13 vaam weer een wit lapje enz. De leeren reepjes op 20, 30 vaam enz. hebben 2, 3 gaatjes enz.

De sloepsloodlijn heeft dezelfde merken als de handloodlijn, terwijl de eerste 3 vaam bovendien in voeten verdeeld wordt.

De lijn van het zware lood heeft bij elke 5 vaam een lusje en om de 10 vaam een eindje waarin evenveel knoopen als het aantal tientallen vamen bedraagt.

De Engelsche vaam is 1.83 M. lang, de Nederlandsche 1.80 M.

Met 5 a 6 mijlsvaart kan men gemakkelijk 7 vaam looden. Bij 3 a 4 mijlsvaart is het aanlooden van 20 vaam, ook voor geoefende looders, moeilijk.

Bij het gebruik van het zware lood moet men bijdraaien, stoppen of zeer weinig vaart loopen. Veel meer dan 100 vaam is met het zware lood moeilijk aan te looden.

De slagaard of stok, die bij geringe diepte gebruikt kan worden is 5 of 7,5 M.' lang en verdeeld in dubbele decimeters.

Thomson's dieplood.

Bij de in de laatste helft der vorige eeuw plaats gehad hebbende diepzeeloodingen, die voor het leggen der onderzeesche telegraafkabels noodig waren, werd de staaldraad boven hennepdraad verkozen, om zijn geringe wrijving door het water.

Lord Kelvin (vroeger Sir William Thomson) maakte van die ervaring gebruik om, ter vervanging van het gewone zwaarlood aan boord der schepen, een loodtoestel met staaldraad te ontwerpen, waarmede men in staat is de diepte te looden, terwijl het schip zelfs met 13 mijls vaart, kan blijven doorloopen.

Sluiten