Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 74.

Fig. 74 geeft een voorstelling van het toestel, dat ofschoon niet van het nieuwste model, toch nog op vele schepen in gebruik is. De staaldraad, waarvan de dikte ongeveer 1 m.M. bedraagt, en die verzinkt is om hem tegen roesten te beveiligen, is op een ijzeren

trommel A gewon¬

den. Door deze trommel steekt een cilindervormige as. Hiertoe is in den trommel een cilindervormig gat aangebracht van grooter middellijn dan die der as, want op de as is, voor zoover zij in den trommel steekt, tot vermindering der wrijving een cilindervormige houten • klos bevestigd. De trommel kan zich dus geheel vrij om dien houten klos bewegen.

Op dezelfde as zijn aan weerszijden van den trommel ijzeren klemschroeven, B, geschoven. Om de klemming behoorlijk te kunnen regelen, zijn de klemschijven aan de binnenzij degedeeltelijk met hout bekleed.

Aan één zijde, in de figuur aan

B.B. zijde, is de as,

buiten de klemplaat voorzien van een schroefdraad, waarop een moer met steel C kan heen en weer geschroefd worden.

Het uiteinde van dien steel kan door het omslaan van een vork D, aan den ijzeren stoel van het toestel verbonden, zoodanig worden vastgezet, dat alleen in de richting van de as van den trommel een kleine heen- en weergaande beweging van den steel met moer mogelijk wordt.

Op de vierkante uiteinden der as kunnen krukken E geplaatst worden, die met schroeven F, worden vastgezet.

Staat nu de steel van de moer tusschen de beide tanden der vork, dan kan de moer bij het draaien van de as niet meedraaien,

Sluiten