Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zij beweegt zich naar de klemschijf toe, als de as doormiddel van de krukken in de richting gedraaid wordt, waarin men den draad inwindt; hierdoor wordt de trommel, die eerst een kleine zijwaartsche beweging medemaakt, tusschen de beide klemschijven geklemd.

Wordt de as gedraaid in de richting, waarin de trommel bij 't afloopen van den draad zich beweegt, dan wordt de moer naar buiten, van den trommel af, bewogen; de klemschijf wordt daarbij eveneens van den trommel af bewogen, daar de klemsxjhroef door middel van een lip H, in een. rondgaande 'gleuf van de moer, daaraan verbonden is; de trommel wordt dan weer ontkiemd.

Wil men dus looden, dan moet de steel van de moer in de vork blijven, en dan kan de snelheid, waarmeê de trommel bij 't uitloopen van den draad ronddraait, geregeld worden, en kan men den trommel klemmen, als het lood grond heeft.

Om het lood weer in te kunnen winden, wordt de'vork opgeslagen, waardoor de steel vrij wordt, en bij het inwinden draaien trommel, klemplaten en moer met steel mede.

Aan S.B.zijde is buiten de klemplaat op de as een rondsel aangebracht. Dit rondsel brengt een raderwerk en een wijzer in beweging. De wijzer geeft aan, hoeveel vaam draader uitgeloopen

is en dient om te waarschuwen; men mag den draad n.1. niet geheel laten uitloopen, want dan zou hij door den schok breken. Bij iedere omwenteling van den trommel loopt "ƒ2 yaam draad uit.

Het nieuwste toestel van Thomson , voorgesteld in de figuren 75 en 76, onderscheidt zich van het oudere, behalve door vorm en grootte (het heeft ongeveer manshoogte), door een verbeterde kleminrichting. Bovendien is het geraamte van staal vervaardigd en op een zwaar ijzeren voetstuk geklonken. In Fig. 76 is B een cilindervormige as, die aan één zijde van schroefdraad is voorzien en door metalen kussens in het geraamte wordt gedragen. De trommel A, waarop ongeveer 300 vaam verzinkt staaldraad is gewonden, heeft in het midden een cilindervormige opening, die ter vermindering van de wrijving met pokhout gevoerd is. Bij het uitloopen der draad, draait de trommel vrij om de as B. Wanneer men de draad wil

inwinden, wordt de trommel op de as geklemd door metalen platen aan iedere zijde van den trommel. De klemplaat D is vast aan de

Sluiten