Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oefend. De veer zou dan 46 m.M. uitrekken, wanneer de tegendruk in den cilinder niet meer werd dan één atmosfeer. De lucht in den cilinder wordt echter door den zuiger samengeperst en de veer zal dus bij 46,7 vaam diepte iets minder uitrekken dan 46 m.M. Een uitrekking der veer tot de volle 46 m.M. zal dus eerst plaats hebben op een diepte die wat grooter is dan 46,7 vaam.

Een diepte van 46,7 +0,8 = 47,5 vaam geeft een verplaatsing van den zuiger van 46 m.M. Op weinig na, kan men dus rekenen op één m.M. verplaatsing van den zuiger voor iederen vaam diepte. De verdeeling op den zuigerstang is dan ook in m.M., en wel tot 110 m.M., waaruit blijkt, dat met den toestel geen grootere diepten dan van 110 vaam gemeten kunnen worden.

Om water, dat door mogelijk lekken van den zuiger in de luchttrommel is gedrongen, te verwijderen, is een schroef klep A aangebracht. Draait men de moer los, en licht men den lap leder, dien zij aandrukt op, dan kan men het water laten wegloopen.

De schijf en de zuiger zijn met vet ingesmeerd om de goede afsluiting te bevorderen.

De hier beschreven dieptemeter wordt in den ijzeren koker G, Fig. 74, geplaatst en door middel van een ketting aan het deksel van den koker verbonden.

De dieptemeter hangt niet in dien ketting, doch blijft op zijn plaats door de metalen veeren E, Fig. 77, die tegen den binnenwant van den koker drukken. Ter hoogte waar de metalen veeren E tegen den dieptemeter rusten is een ring aangebracht welke dient tot versterking van de op die hoogte aan twee zijden open dieptemeter. Zuigerstang en ring c loopen natuurlijk vrij van dien ver ster kingsri ng.

Het doel van die veeren is, het breken van den schok, als de koker grond raakt; in dat geval toch glijdt de dieptemeter naar het onderste gedeelte van den koker, doch slechts met matige snelheid door de wrijving van de veeren.

De ijzeren koker, van onderen gedeeltelijk massief, is hier en daar doorboord, om het • water toe te laten. Onderaan heeft de koker een uitholling tot het plaatsen van vet, om de grondsoort op te nemen.

Aan den bovenkant is de koker voorzien van een beugel, waaraan het gevlochten touw bevestigd is, dat den koker aan het staaldraad verbindt. De koker met dieptemeter weegt ongev. 13 K.G.

Een ander soort dieptemeter van Thomson die, wat nauwkeurigheid aangaat, zeker te verkiezen is boven den hiervoor beschrevene, berust op de beide volgende wetten:

le. De drukking door een vloeistof uitgeoefend is evenredig met de hoogte van de vloeistofkolom boven het gedrukte oppervlak.

2e. Het volumen van een hoeveelheid lucht is omgekeerd evenredig met de drukking, die zij ondergaat.

Deze dieptemeter is een glazen buisje, dat aan één zijde gesloten is en overal dezelfde inwendige middellijn heeft.

Wordt dit buisje, dat natuurlijk met lucht gevuld is, met de

Sluiten