Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schroef met contraschroefje aan de as H bevestigd. Deze as heeft aan de voorzijde een kegelvormig afgedraaide schijf FF voorzien van een nok E. Aan den achterwand van de cilindervormige doos BS is een aan de voorzijde kegelvormig afgedraaide schijf vastgemaakt. Beide kegelvormige vlakken zijn van groeven voorzien. Tusschen deze vlakken bewegen zich drie stalen kegelvormige wrijvingsrollen G, met schroef boutjes bevestigd op een kraag die om de as ligt. De druk, door den weerstand van het water op de schroefbladen van den drijver, wordt op deze wrijvingsrollen overgebracht, waardoor de wrijving van de as H zeer gering wordt. Bij sommige loggen zijn de wrijvingsrollen vervangen door stalen kogeltjes die dan niet tusschen kegelvormige vlakken, maar in komvormig uitgeholde ligplaatsen draaien. De nok E 'van de schijf F rust tegen een vleugel D, die medegevoerd wordt als de as H draait. De vleugel D is bevestigd aan de as N die een schroef zonder eind draagt welke in het eerste tandrad grijpt. Dit tandrad brengt de beweging door verschillende schroeven en raderen over op. twee wijzers. De groote wijzer B geeft zeemijlen aan, de kleine C vierde deelen van zeemijlen.

De log is voorzien van een klokje dat per zesde gedeelte van een zeemijl een tik geeft. In den tijd dus waarin men 7 tikken gehoord heeft legt het schip een zeemijl af. Men heeft hierin een middel om ook de vaart van het schip op een zeker oogenblik te bepalen. Heeft het schip een vaart van a; mijl, dan legt het x zeemijlen af in 3600 secunden, dus één zeemijl in secunden. In

dien tijd hoort men 7 tikken. De tijd die verloopt tusschen twee tikken . , 3600 600

is dan =-g^r =~^T secunjlen. Hieruit volgt dat x gelijk is aan 600

gedeeld door het aantal secunden dat verloopt tusschen twee tikken.

De vaart wordt verkregen door het aantal secunden verloopen tusschen twee tikken te deelen op 600. Verloopen er bijv. 50 secunden tusschen twee tikken, dan loopt het schip een 12 mijlsvaart.

Het regelmatig slaan van het klokje duidt op goede werking van de log. Om het klokje goed te kunnen hooren, is een zestal gaten gemaakt in den wand van de doos PQ, zie Fig. 79. Deze gaten zijn met kopergaas bedekt, om indringen van stof en vuil in het raderwerk te voorkomen.

De drijver bestaat uit een aan beide zijden gesloten koperen buis die aan eene zijde kegelvormig toeloopt. Op deze buis zijn 4 schroefbladen geplaatst die den vorm hebben van rechthoekige driehoeken. Het kegelvormig gedeelte van de buis heeft een oog waaraan een eindje lijn van 63 c.M. lengte bevestigd is, eindigende in een koperen ton waaraan de eigenlijke sleeplijn wordt vastgemaakt. Het andere einde van de sleeplijn die ongeveer 74 M. lang is, wordt aan een ijzeren vliegwieltje bevestigd, waaraan een eindje lijn met koperen haak is verbonden. Deze haak grijpt in het oog van den teller op de verschansing. Het vliegwiel dient om de regelmatige draaiing

Sluiten