Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men vérschoof tot het meten van de hoogte van een hemellicht het kortste latje tot het eene uiteinde in de richting van de kim het andere uiteinde in de richting van het hemellicht gezien werd! Op het langste latje kon men dan de hoogte aflezen, ongeveer tot 10' nauwkeurig.

De hoekmeetinstrumenten bleven gebrekkig, totdat John Hadlet in 1731 den spiegelsextant bekend maakte.

Uit de nagelaten papieren van Newton is gebleken, dat deze waarschijnlijk de uitvinder was van het instrument.

De inrichting van de spiegelwerktuigen berust op de volgende eigenschappen van het licht.

Een lichtstraal, die in een zeker punt op een platte spiegel valt, wordt zoodanig teruggekaatst,

1°. dat de invallende lichtstraal, de loodlijn in het bedoelde punt en de teruggekaatste lichtstraal alle in hetzelfde platte vlak liggen;

2°. dat de loodlijn of normaal in het bedoelde punt den hoek' tusschen invallende en teruggekaatste lichtstralen middendoor deelt.

Indien een lichtstraal, van een punt' A, Fig. 81, komende door een om if beweegbaren spiegel CD wordt teruggekaatst, dan kan men een lichtstraal, van een punt B komende, op dien spiegel in dezelfde richting als die van A doen terugkaatsen, indien men den spiegel zooveel draait, in de Fig. tot zij de stand EF inneemt, als de helft bedraagt van den hoek, dien de lichtstralen, van A en B komende, met" elkander maken.

Fig. 81.

B

Sluiten