Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting HG worden 'teruggekaatst, als nH de loodlijn voorstelt, en /_AHn = /_GHn is.

Draait men nu den spiegel zoodanig, dat de lichtstraal BH, komende van B, eveneens in de richting HG wordt teruggekaatst, dan zal, als n,H loodrecht op EF is,

/_BHG = 2/_nAHG en daar /_AHG = 2l_nHG

is /_AHB = 2 /jnHn, = 2 /_FHD derhalve /_FHD = 72/_AHB= /. WHW' Wil men dus /_AHB meten, dan zal men den spiegel ^\2/_AHB moeten draaien.

Bij de spiegelinstrumenten is aan den beweegbaren spiegel, groote spiegel genaamd, een wijzer verbonden, die beweegbaar is langs een verdeelden rand, waarop de hoeken worden afgelezen.

De hoek, dien de spiegel, dus ook de wijzer, doorloopt, is de helft van den gemeten hoek; om nu" echter toch den gemeten hoek onmiddellijk van den rand, te kunnen aflezen, verdeelt men den rand in deelen, die slechts de grootte hebben van halve graden, doch als heele graden geteld worden.

Men kan nu op de volgende wijze den hoek tusschen twee voorwerpen A en B, Fig. 81, bepalen..

Behalve den grooten beweegbaren spiegel heeft men nog een anderen spiegel G, kimspiegel gfeheeten, die evenals de groote spiegel loodrecht op het vlak van 't instrument staat. Alleen de onderste helft van dezen spiegel, die onbewegelijk staat, is verfoelied; zijn spiegelend vlak is naar dat van den grooten spiegel gekeerd.

Plaatsen wij eerst den grooten spiegel in den stand CD. De van A komende lichtstraal valt dan na dubbele terugkaatsing in grooten en kimspiegel in een vizier, oogbuis of kijker 0. Door den kijker of oogbuis ziet men dan in het verfoelied deel van den spiegel het dubbel teruggekaatste beeld van A, terwijl men A rechtstreeks ziet in het onverfoelied gedeelte.

Men kan dus den grooten spiegel zoodanig plaatsen, dat dubbel teruggekaatst beeld A en voorwerp A elkaar bedekken. In dezen stand van den spiegel leest men af, met welk deel van den rand de wijzer overeenkomt. Daarna draait men, steeds door het onverfoelied deel van den kimspiegel naar A ziende, den grooten spiegel zóó, dat het dubbel teruggekaatste beeld van B 't voorwerp A bedekt. Men leest nu weer den stand van den wijzer af, en het algebraïsch verschil van beide aflezingen geeft den gevraagden /_AHB. " Wanneer het voorwerp A met zijn dubbel gereflecteerd beeld samenvalt, vormen de lichtstralen AH en AG met elkaar een hoek, die de spiegel-parallax wordt genoemd.

Hoe verder A verwijderd is, hoe kleiner de spiegel-parallax wordt, en men kan deze nul stellen voor zeer ver verwijderde voorwerpen zooals hemellichamen. Is de spiegel-parallax nul, dan loopen de lichtstralen AH en AG evenwijdig, en de spiegels eveneens. Het nulpunt of de index van den wijzer behoort dan juist op het

Sluiten