Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straal van lucht in flintglas 1,664. In Fie. 83 is dus ^-?= 1,664.

sin b

Voor a = 90° is derhalve sin b = ——-j- waaruit b — -4- 37°.

l,oo4 —

Als dus een door glas zich voortbewegende lichtstraal de grensvlakte van het glas treft onder een invalshoek met den normaal, grooter dan 37°, dan treedt die lichtstraal niet meer uit het glas, maar wordt onder den zelfden hoek in het glas teruggekaatst.

Past men dit op een rechthoekig' gelijkbeenig prisma toe, dan wordt een, op een der rechthoekszijden invallende lichtstraal, die oorspronkelijk verlengd, een hoek maakt met 'het hypothenusavlak, kleiner dan 58 '/2° teruggekaatst naar de andere rechthoekszijde en verlaat haar daar onder denzelfden hoek, waaronder hij in het prisma is getreden. Invallende, gebroken, teruggekaatste en uittredende lichtstralen liggen daarbij in één vlak, loodrecht op de ribbe, wanneer de lichtstraal evenwijdig aan het grondvlak van 't prisma intreedt.

Bij 't gebruik van een prisma vermijdt men derhalve de mogelijke fout van de niet evenwijdigheid der voor- en achtervlakken van den spiegel. Bovendien zijn de beelden helderder.

Het prisma js zoodanig geplaatst, dat men door den kijker over 't prisma heen rechtstreeks naar het linksche voorwerp ziet, terwijl

het beeld, dubbel teruggekaatst door Wijzer op 130° "gesteld. grooten spiegel en prisma eveneens door den kijker zichtbaar is.

Verder is de plaatsing zoodanig gekozen, dat, wanneer men kleine hoeken meet, de lichtstralen op den grooten spiegel kleine hoeken maken met het spiegelend oppervlak en omgekeerd.

Zijn dus de vlakken van den grooten spiegel onderling niet evenwijdig, dan meet men bij groote hoeken, nauwkeuriger dan bij kleine.Bij sextanten is juist het omgekeerde het geval. Daar bovendien van het licht des te meer verloren gaat, naarmate het schuiner op het spiegelend oppervlak valt, zullen de beelden bij een sextant zwakker worden bij het grooter worden van den hoek. Bij den prismacirkel heeft het omgekeerde plaats.

De wijzer is door het middelpunt verlengd tot den omtrek. Aan beide uiteinden van den wijzer bevindt zich een nonius, somtijds een dubbele , d. i. een, die zich zoowel

Fig. 85.

Wijzer op 180° gesteld

Sluiten