Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 86. rechts als links van het nulpunt

Wijzer op 2800 gesteld. van den wijzer uitstrekt.

uoor aan Deiae zyaen van oen rand af te lezen, kan een mogelijke excentriciteitsfout opgeheven worden. Men neemt dan de halve som der aflezingen. De gekleurde glazen kunnen omgelegd worden, en daardoor de invloed van mogelijke fouten in die glazen opgeheven worden: Met een prisma-cirkel kunnen niet alle hoeken van willekeurige grootte gemeten worden. Uit de Figuren 84, 85 en 86 blijkt n.1. het volgende.

Rechtstreeks naar het linksche voorwerp ziende,. kan men hoeken meten tot 130°. Van 130° tot 180°, verhinderen de steunplaat van het prisma en het hoofd van den waarnemer, dat er lichtstralen van het rechtsche voorwerp op deri grooten spiegel vallen.' Beweegt men den. wijzer verder dan 180°, dan kan men weer meten door rechtstreeks naar 't rechtsche voorwerp te zien, want dan valt links van den waarnemer licht op den grooten spiegel. Men kan dan hoeken meten van 180° tot 280°. Hoeken van 180° tot 280° zijn echter hier hoeken van 180° tot 80°, waarbij het gereflecteerde voorwerp niet meer rechts maar links van den waarnemer ligt. Waar bij hoeken van + 180° 't hoofd van den waarnemer in den weg is, kan men een prisma op de oogbuis van den kijker schroeven en alzoo loodrecht op de as van den kijker observeeren.

Bij den prisma-cirkel kan men evenals bij den sextant tot 10" nauwkeurig aflezen.

Onderzoek van spiegelinstrumenten.

Nieuwe instrumenten of instrumenten die belangrijke reparatie ondergaan hebben, moeten noodzakelijk ondérzocht worden en het verdient ten zeerste aanbeveling ze daartoe te brengen aan een der Filiaal-inrichtingen van het Meteorologisch Instituut te Rotterdam en te Amsterdam. Mist men hiertoe de gelegenheid, dan moet bij eigen onderzoek op het volgende gelet worden:

1°. De verdeelde rand moet niet blinkend gepoetst zijn en de verdeelingen behooren fijn en ondiep te zijn. Is dit laatste niet het geval, dan is de aflezing dikwijls onzeker, daar de richting waarin het licht op den verdeelden rand valt dan invloed kan hebben op de aflezing; bij onveranderde instelling van het instrument, worden dan soms verschillen in de aflezing waargenomen van \L minuut en meer, naar gelang men het licht van rechts of van links laat invallen. Heeft een instrument dit gebrek dan ontgaat men den invloed hiervan het best door te zorgen dat het licht steeds van voren invalt.

De randdeelen moeten even groot zijn. Om dit te onderzoeken kan men de verschillende gedeelten van den rand met den nonius

Sluiten