Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan het beeld van de andere helft van den rand in den spiegel. Vallen de randhelften niet in eikaars verlengden, dan staat de spiegel niet loodrecht op 't vlak van 't instrument.

Om dit te verhelpen mag niet aan de klemschroef van den grooten spiegel gedraaid worden, daar men in dat geval gevaar loopt den spiegel te breken, of te buigen.

Achter sommige spiegels is een stelschroef aangebracht om den spiegel loodrecht op 't vlak van 't instrument te stellen; is dit niet het geval dan moet het instrument door een deskundige gerepareerd» worden.

5°. De kimspiegel moet loodrecht staan op 't vlak van 't instrument.

Om te onderzoeken of dit 't geval is houdt men het instrument horizontaal en kijkt door het onverfoeliede deel van den' spiegel naar een verticaal gericht voorwerp, bijv. een steng, een vlaggestok of kerktoren. Men verplaatst nu den wijzer tot dat het dubbel teruggekaatste beeld in de onmiddellijke nabijheid van het voorwerp gezien wordt. Staan dan beide niet even hoog dan staat de spiegel niet loodrecht. Aan de kimspiegels vindt men meestal een stelschroef om den loodrechten stand te verzekeren.

Dit onderzoek kan ook geschieden met behulp van de zon. Kan het dubbel gereflecteerde beeld het rechtstreeks geziene niet volkomen bedekken, doch blijven de randen naast elkaar, dan staat de spiegel niet loodrecht.

Als de gekleurde glazen fouten hebben in de richting loodrecht op het vlak van het instrument, kan dit ook oorzaak zijn dat het niet gelukt de twee beelden elkaar volkomen te doen bedekken. Het is hierbij dus aan te bevelen in plaats van de glazen, den gekleurden oogdop te gebruiken.

Ook wanneer het dubbel gereflecteerde beeld van de kim en de kim in eikaars verlengde gebracht zijn, en de kim bij scheef houden van 't instrument springt, is dit een bewijs, dat de spiegel niet loodrecht staat.

6°. De kijkerdrager moet zoodanig gesteld zijn, dat de as van den kijker evenwijdig is aan 't vlak van 't instrument.

Om dit te onderzoeken plaatst men 't instrument op een tafeltje, en richt men 't vlak van den verdeelden rand op een ver verwijderde horizontaal gerichte lijn,, b.v. de bovenkant der daklijstvan een huis.

Schroeft men den kijker in en ziet men door den kijker, dat die lijn niet in 't midden van het gezichtsveld valt, dan moet de kijker verzet worden, waartoe de correctieschroeven aan den kijkerdrager dienen; bestaat de drager uit één stuk, dan moet de instrumentmaker hem in den goeden stand zetten of buigen.

7°. De vlakken der gekleurde glazen kunnen onregelmatig zijn of niet evenwijdig loopen, waardoor men afwijking door straalbuiging kan verkrijgen.

8°. Het opheffen en bepalen der collimatie-fout.

Men zet den wijzer met behulp- van de klemschroef zoodanig

Sluiten