Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De veer met het raderwerk.

Fig. 90. De veer in Fig. 90 voorgesteld is

besloten in en met het eene einde bevestigd aan den binnenkant van een trommel C, fig. 91, welke kan draaien om een as, waaraan het binneneinde van de veer, krul genaamd, is bevestigd. De as van den trommel is vast. Draait men nu den trommel in zekere richting, dan wordt de veer gespannen. Laat men daarna den trommel weer los, dan voert de zich ontspannende veer haar in tegenovergestelde richting terug. Bij een horloge werkt nu de veer direct op het raderwerk. Bii een

tijdmeter werkt de veer niet direct op het raderwerk, maar wordt de beweging van den trommel door een ketting overgebracht op de mek, waarmede dan tevens bij het opwinden de trommel wordt gedraaid en de veer gespannen.

De snek D, Fig. 91, is een soort kegelvormige trommel, voorzien van een schroefvormige gleuf voor den ketting. De snek draait met de as, waaraan zij vast verbonden is. Het ondereinde van de as d, in de figuur boven geteekend, is vierkant. Hierop past de sleutel.

Als de veer zich Ym. 91.

ontrolt, neemt d

haar kracht gaande weg af en, om te maken dat toch de drijfkracht dezelfde blijft, heeft men aan de snek zoodanige kegelvormige gedaante

gegeven, dat naarmate de veer zich ontspant en j de kracht dusver- L mindert, de hef-

boomsarm waarop de ketting werkt grooter wordt. Als k dus de kracht is, door de veer uitgeoefend, en h de hefböomsarm, heeft h X lt een constante waarde.

Is de tijdmeter opgewonden dan is de ketting geheel op den snek gerold. Is de tijdmeter afgeloopen, dan is de ketting op de trommel c gerold.

De overbrenging der beweging van de snek op het raderwerk is zoo ingericht, dat de tegengestelde beweging van de snek, gedurende

Sluiten