Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De invloed van de temperatuursverandering is de belangrijkste. Verhooging van temperatuur doet de spiraal langer worden en de veerkracht verminderen. Beide invloeden doen den schommeltijd der balans grooter worden, dus het uurwerk langzamer loopen.

Door den tijd openbaart zich het verschijnsel, dat de spiraal harder wordt, waardoor de veerkracht zich wijzigt.

Door oxydatie wordt de veerkracht verminderd en het roestaanzetsel doet de massa grooter worden, waardoor de schommeltijd toeneemt. Om oxydatie te voorkomen, gebruikt men dan ook wel gouden spiralen, hoewel de sterke uitzetting van goud bij temperatuursverhooging een nadeel is.

Een niet gecompenseerde balans bestaat gewoonlijk uit een wieltje van messing. Wanneer zoo'n wieltje warmer wordt, zet het metaal zich uit, de massa van het metaal komt meer naar buiten en de schommeltijd wordt grooter. Zoo'n balans kan bij 1° C. temperatuursverhooging een vermindering in den gang geven van ongeveer 11 secunden. Hiervan kunnen wel 9 secunden op rekening gesteld worden van vermindering der veerkracht van de spiraalveer en 2 secunden op die van het uitzetten van spiraalveer en balans.

Fig. 96. Om dit belangrijke nadeel zooveel

mogelijk op te henen, compenseert men de balans.

Een eenvoudige compensatie-balans in Fig. 96 voorgesteld bestaat uit twee metalen bogen, die aan één zijde verbonden zijn aan een stalen plaatje, waarin een gat voor de as der balans. Deze bogen zijn van twee aan elkaar gesoldeerde metalen gemaakt; de binnenzijde, 1/s van de dikte, is van staal, de buitenzijde is van koper. Op beide bogen zijn koperen blokjes, de compensatie-gewichten geschoven.

De schroefjes op de uiteinden der rechte staaf dienen om den gang, de andere, om de compensatie te regelen.

Zet nu het metaal van de balans uit bij verhooging van temperatuur, dan buigen de bogen met de gewichten naar binnen, omdat koper zich sterker uitzet dan staal. Het traagheidsmoment van de balans wordt daardoor minder en dit compenseert de vermindering der veerkracht van de spiraalveer en het uitzetten van de veer en van het verbindingsstukje der balansbogen.

Het is niet mogelijk, de balans voor alle temperaturen te compenseeren. De chronometermaker zorgt in den regel, dat de gang van den tijdmeter bij een hooge- en bij een lage temperatuur dezelfde is. Tusschen die temperaturen in, of daarbuiten zal de gang veranderen. Heeft bijv. een goede tijdmeter met isochrone spiraal bij 0° C. en 30° C. denzelfden gang, dan zal de gang bij 15° C. minstens 2 secunden toenemen. Is de balans gecompenseerd

Sluiten