Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te stellen, doch bijtijds de tijdmeters aan boord te brengen, en den gang eerst te bepalen wanneer zij tot rust gekomen zijn.

Bij de keuze van de plaats der tijdmeters aan boord dient op het volgende gelet te worden. Vochtige plaatsen en plaatsen, waar groote afwisseling in temperatuur wordt waargenomen moeten vermeden worden. Een plaats in dat gedeelte van het schip waar de tijdmeters weinig te lijden hebben van de bewegingen van het schip en de trillingen van schroef en machine verdient aanbeveling. Hoogst noodzakelijk is het, de tijdmeters in een verblijf te zetten, waar alleen bevoegden toegang hebben. Men plaatst de tijdmeters op een tafeltje ,. dat vrij staat van 't boord en het beschotwerk. Zij worden in met kussens gevoerde gaten vast gezet. Tijdmeters mogen nimmer geplaatst worden in de nabijheid van magneten, kompassen of electro-magneten. Een vast persoon wordt aangewezen om de tijdmeters op te winden en ze onderling te vergelijken. Dit vergelijk dient, om na te gaan of de tijdmeters geregeld blijven loopen. Heeft men drie tijdmeters aan boord, dan kan men uit de onderlinge vergelijking zien, welke gewantrouwd moet worden.

Hoewel de tijdmeters gewoonlijk 56 uren kunnen loopen, behooren zij toch eiken dag en wel steeds op hetzelfde uur te worden opgewonden , omdat de drijfkracht der groote veer daardoor gelijkmatiger blijft. Gewoonlijk worden de tijdmeters 's morgens om acht uur opgewonden.

Bij het opwinden moet men den tijdmeter geheel omdraaien, ten einde de olie gelegenheid te geven zich iets door het uurwerk te verplaatsen. Na het opwinden draait men den tijdmeter voorzichtig terug tot hij weer horizontaal hangt.

In geen geval mogen de wijzers van den tijdmeter verzet worden.

De nauwkeurigste resultaten zou men verkrijgen, wanneer men de tijdmeters steeds op de zelfde temperatuur kon houden. Hieraan zijn echter nogal bezwaren verbonden. Men vergenoegt zich daarom met het waarnemen van de gemiddelde dagelijksche temperatuur, waarmede dan op nader aan te geven wijze de, vóór het vertrek naar zee bepaalde, gang gewijzigd kan worden. De temperatuur van 's morgens acht uur neemt men gewoonlijk als de gemiddelde aan over het etmaal.

Stand en gang van den tijdmeter.

Zooals reeds is gezegd is de bestemming van den tijdmeter om den zeeman ten allen tijde met juistheid den tijd van een bepaalde plaats te doen kennen.

De zeelieden welke den meridiaan van Greenwich als len meridiaan hebben aangenomen, dus ook de Nederlandsche zeelieden, regelen hun tijdmeters naar Greenwichtijd.

Verlangt men op zeker oogenblik den tijd te Greenwich te weten, dan kan die tijd niet onmiddellijk op den tijdmeter worden afgelezen. Stellen wij n.1., dat op een bepaald oogenblik de tijdmeter het juiste uur van Greenwich aanwijst, dan zal die overeenkomst niet blijven bestaan, omdat het uurwerk, in het algemeen, ten opzichte

Sluiten