Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de drie p'a onderling niet meer dan een paar honderdsten van secunden verschillen. Vergist men zich n.1. bijv bij de berekening van T2 dan zullen de p'a wel fout kunnen zijn, hoewel zij onderling niet verschillen. Om geheel zeker te zijn, overtuigt men zich of een der g'a met de formule berekend, overeenkomt met de opgegeven g bij die temperatuur van een der tijdvakken.

Tabel II dient voor de berekening van den coëfficiënt des tijds b, als dit noodig is, hetgeen in den regel in de praktijk niet het geval is. De gang uit het vroegste tijdvak wordt door gi en die

uit het laatste gn genoemd zoodat b = ———. De herleide gangen

vindt men dan uit de formules:

9'2 = 92 + bn2

' . , r'V--> g\ =g, -\-bnï

9'o=9o + bno

Tabel III dient om met behulp van de formule in zee den stand van eiken dag te 0U M. T. Gr. te bepalen.

Daartoe berekent men, uit de formule g — ji -f- q(t—T)2 , vóór het vertrek naar zee, de gangen voor die temperaturen, welke men gedurende de reis kan verwachten. Deze gangen worden in het 1" gedeelte van tabel III, in de zoogenaamde gangtabel, ingevuld.

In zee zijnde, wordt nu eiken dag op den stand van den vorigen dag toegepast, de gang behoorende, volgens de gangtabel, bij de gemiddelde temperatuur van het afgeloopen etmaal.

Indien een coëfficiënt van den tijd b in rekening wordt gebracht, dan geschiedt dit door dagelijks op het aan de gangtabel ontleende bedrag, de algebraïsche waarde van b toe te passen en de aldus verkregen waarde op den stand van den vorigen dag in rekening te brengen. Zie verder de inleiding van het journaal.

Tabel IV dient voor het dagelijksch vergelijk der tijdmeters en bevat den M. T. Greenwich volgens iederen tijdmeter. Wijkt de M. T. Greenwich verkregen uit een der drie tijdmeters, meer dan 30 secunden af van het gemiddelde van de drie, dan moeten alleen die middelbare Greenwich tij den gemiddeld worden, die het best met elkaar overeenstemmen. Als regel neemt men echter aan dat het gemiddelde uit de drie tijdmeters de meest nauwkeurige uitkomst geeft.

Tabel V is voor de temperatuur-waarnemingen te 8U V.M. en 8™ N.M. De daaruit afgeleide gemiddelde temperatuur wordt in Tabel III voor de standberekening gebruikt.

Tabel VI dient voor het bepalen van stand en gang van de tijdmeters uit tijdsein-waarnemingen.

Op de schepen der M.ij Nederland wordt de gang van den tijdmeter in zee met behulp der formule bepaald. De onbekenden der formule worden na elke reis weer op nieuw bepaald, in Indië door het personeel aan boord, in Amsterdam door de Filiaal-Inrichting van het Meteorologisch Instituut.

Sluiten