Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de inclinatie heeft voor verschillende plaatsen op aarde een verschillende grootte. In de magnetische polen is de inclinatie 90° en stelt de naald zich dus verticaal. In de nabijheid van den equator is de inclinatie gering en stelt de naald zich dus ten naastenbij in het horizontale vlak. Aan het Meteor. Inst. te De Bilt was in 1917 de inclinatie 66°50'.

Op de inclinatiekaarten zijn lijnen getrokken over plaatsen, waar de inclinatie der magneetnaald dezelfde is. Deze lijnen noemt men isoclinen.

De lijn, getrokken over plaatsen, waar de inclinatie nul is, heet magnetische equator.

Totale, horizontale en verticale intensiteit.

De kracht, die de aarde uitoefent op een magneetpool welke de eenheid van poolsterkte bezit, noemt men de intensiteit van het aardmagnetisme.

De richting waarin de aardmagneetkracht werkt, is voor verschillende plaatsen op aarde verschillend en wordt aangegeven door de richting waarin een inclineerende magneetnaald zich instelt.

De- intensiteit van het aardmagnetisme werkende in de richting van de inclineerende naald, noemt men de totale intensiteit van het aardmagnetisme. Zij is het grootst bij de magnetische aardpolen en het kleinst bij den magnetischen equator.

Ontbindt men de totale intensiteit T, in een horizontale kracht H en een verticale kracht V, dan is, wanneer i de inclinatie voorstelt H=Tcosi en V= T'sin i.

Deze horizontaal ontbondene H, de horizontale intensiteit van het aardmagnetisme genoemd, is de kracht die door de horizontaal ontbondene van het aardmagnetisme wordt uitgeoefend op de eenheid van poolsterkte. Het koppel dat de kompasnaald in den magnetischen meridiaan richt, is evenredig met H en met het magnetisch moment van de kompasnaald.

De horizontale intensiteit is bij den magnetischen equator het grootst en gelijk aan de totale intensiteit daar ter plaatse, want de inclinatie is nul aan den magnetischen equator, dus is * = 0 in de formule H= Tcos i, waaruit i7= T. Aan de magnetische polen is i = 90°, dus H=0 (horizontale intensiteit gelijk 0). De kompasnaald is dus aan de magnetische polen in eiken stand in evenwicht, d. i. de naald wordt niet meer gericht.

De lijnen, op een magnetische kaart getrokken over plaatsen, waar de horizontale intensiteit der aardmagneetkracht dezelfde is, noemt men isodynamen.

Om de horizontale intensiteit van verschillende plaatsen met elkaar te vergelijken, kan men een zelfde kompasnaald op verschillende plaatsen laten slingeren om een verticale as. De slingertijden zijn dan verschillend, daar de horizontale intensiteiten omgekeerd evenredig zijn met de vierkanten der slingertijden.

Als men de horizontale intensiteit te Londen zzz één stelt dan is zij aan den magnetischen equator ruim twee. De richtkracht

Sluiten