Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stutten, koning van het roer, ijzeren schotten, moet vermeden worden, evenzoo de nabijheid, van horizontaal ijzer dat voorbij het kompas doorloopt; het is van het grootste belang, dat het kompas niet te dicht boven of onder een ijzeren dek staat.

Het standaardkompas is het hoofdkompas, waarmede de andere kompassen telkens vergeleken worden. Als de miswijzende koers (kompaskoers) bepaald is, wordt het schip volgens het standaardkompas op den bepaalden koers gebracht, en worden de stuurkom^ passen er mede vergeleken. Het schip vaart dus op het standaardkompas en de stuurkompassen dienen slechts als tijdelijk hulpmiddel voor den roerganger.

Stuurkompassen.

De plaatsing der nachthuizen van de stuurkompassen is natuurlijk afhankelijk van de plaats, waar de stuurtoestellen zich bevinden. Hoewel men dus vrij beperkt is in de keus van de plaats, dient men toch, zoo mogelijk, de nabijheid van groote ijzermassa's te vermijden en van het ijzeren stuurtoestel zoover verwijderd te blijven, als bestaanbaar is met nauwkeurig aflezen van het kompas.

De nachtelijke verlichting geschiedt door lampen, die zoodanig behooren te worden aangebracht, dat zij alleen licht op de roos en geen licht op dek laten schijnen.

Vloeistof kompassen.

Bij de vloeistofkompassen is het bovenste deel van den kompasketel gevuld met een mengsel van 80% zuivere alcohol en 20% zuiver water. Dit mengsel bevriest pas bij zeer lage temperatuur.

Het bovenste gedeelte van den ketel is van het lagere gedeelte gescheiden door een dunnen bodem van gegolfd en daardoor zeer veerkrachtig metaal. Door den bodem dezen vorm te geven, vermijdt men het gevaar, dat het dekglas breekt, wanneer bij temperatuursverhooging de vloeistof uitzet.

De kompaspen rust op een horizontale driestang of op een horizontaal kruis, vastgeschroefd aan den binnenwand van het bovenste deel van den ketel.

De roos bestaat uit een ringvormige schijf van mica of van geƫmailleerd koper, die verdeeld is in graden en streken. Deze ringvormige roos is vastgeschroefd aan een drijver, bestaande uit een dichtgesoldeerde koperen doos^welke aan den onderkant twee platte liggende of ronde sterke magneetnaalden in messingen hulzen heeft. In een kegelvormige holte aan den onderkant heeft de drijver een kompasdop met robijn, waarmede de drijver op de kompaspen rust.

Door den met lucht gevulden drijver wordt de zware roos van ong. 300 Gram in zoover ontlast, dat hij slechts met een gewicht van 15 tot 20 Gram op de kompaspen drukt.

De afsluiting van den kompasketel geschiedt door een dekglas en caoutchoucring, welke door middel van een metalen ring met schroeven luchtdicht op den ketel worden vastgeschroefd.

Als stuurkompassen bieden de vloeistofkompassen bepaalde voor-

Sluiten