Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De roos van Kaiser heeft vier cirkelboogvormige staande naalden, twee lange en twee korte, die langs den omtrek der roos liggen en den rand vervangen.

De beide langste naalden hebben hun polen op ong. 12° uit de middellijn en zijn aan elkaar verbonden door aangesoldeerde cirkelboogvormige reepjes koper. De korte naalden hebben hun polen op ong. 48° uit de middellijn en zijn eveneens door reepjes koper aan elkaar verbonden. Tusschen de beide op deze wijze gevormde ringen wordt de zijden roos geperst, waarop de kompas- en graadverdeeling gedrukt zijn. Om de zijde meer bestand te doen zijn tegen temperatuursverandering en vocht wordt zij geparaffineerd en daarna op bizondere wijze weer ondoorschijnend mat wit gemaakt.

In het midden van het geheele stelsel is een kompasdop met saffieren steen aangebracht.

De roos van ong. 242 m.M. diameter weegt gemiddeld 15,1 Gram.

Nadere beschouwing over verschillende Kompassoorten.

Een hoofdvereischte, waaraan een kompas aan boord voldoen moet, is het volgende:

De kompasroos moet onder alle omstandigheden zoo rustig mogelijk zijn en zoo nauwkeurig mogelijk met 't Noorden van de kompasverdeeling naar het magnetisch Noorden wijzen.-

Men noemt een roos rustig, wanneer zij niet spoedig in schommeling geraakt ten gevolge van storende invloeden en wanneer het amplitudo van voorkomende schommelingen klein blijft.

Tot die 'storende invloeden behooren het slingeren, stampen, trillen en gieren van het schip en koersverandering.

Om de roos zooveel mogelijk weerstand te doen bieden aan krachten, die haar in schommeling trachten te brengen, moet zij een groot traagheidsmoment bezitten. Men geeft haar dit, door de massa van de, overigens lichte, roos zooveel mogelijk naar den omtrek te brengen. Het traagheidsmoment te vergrooten door de roos zwaarder te maken is ondoelmatig en wel om de volgende redenen:

De schommelingen van de roos door de bovengenoemde bewegingen van het schip, zijn een gevolg van wrijving tusschen de aanrakingspunten van pen en dop. Deze wrijving is evenredig aan het géwicht van de roos en aan de grootte van het rakend oppervlak tusschen pen en dop. Hoe kleiner dus het gewicht van de roos is en hoe spitser de pen kan zijn, hoe minder storend de bewegingen van het schip en de kompasketel op de roos zullen inwerken. Een zware roos kan niet samen gaan met een zeer spitse pen, omdat door het onvermijdelijke opwippen van de roos, pen en dop dan spoedig onzuiver worden.

Ook door de richtkracht zal de roos weêrstand bieden aan krachten die haar in schommeling trachten te brengen en is zij eenmaal afgeweken, dan wordt zij door de werking der richtkracht weder in haar oorspronkelijken stand teruggebracht. Noemt men M het magnetisch moment van de roos en H de horizontale intensiteit

Sluiten