Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De formule voor de afwijking bij hellend schip, wordt dus:

d=A -j- Bsinz' 4- Ccosz' -\- Dsin2z/ -f- Jicos z' bij een kompaskoers zf en een helling van het schip van i° waarin de coëfficiënten A, B, C, D en J 4e volgende beteekenis hebben:

A is de constante afwijking ten' gevolge van onsymmetrisch, ten opzichte van het midscheepsche vlak, gelegen horizontaal week ijzer en het niet evenwijdig zijn van de magnetische assen der kompasnaalden met de Noord-Zuidlijn der roos.

B is de afwijking bij de koersen Oost en West, ten gevolge van de langscheeps ontbondenen van het blijvend magnetisme en van het vluchtig magnetisme in verticaal ijzer.

C is de afwijking bij de koersen Noord en Zuid, ten gevolge van de dwarsscheeps ontbondenen van het blijvend magnetisme en van het vluchtig magnetisme in verticaal ijzer.

D is de afwijking bij de koersen NO, ZO, ZW, en NW ten gevolge van vluchtig magnetisme in horizontaal ijzer.

J is de afwijking bij de koersen Noord en Zuid ten gevolge van een helling van het schip van 1°.

Compensatie van het kompas door middel van magneten en week ijzer.

Ondanks alle mogelijke voorzorgen bij de keus van de standplaats van een kompas, zal het, zonder meer, gewoonlijk niet gelukken de afwijking overal binnen zekere grenzen te houden. Een vermindering van de afwijking door compensatie van de magnetische krachten in het schip, is bij groote afwijkingen wenschelijk, 1°. omdat de zelfde oorzaak, die bij één koers de afwijking veroorzaakt bij een anderen koers de richtkracht vermindert; 2°. omdat groote afwijkingen bij sommige koersveranderingen snel moeten veranderen, waardoor het sturen zeer lastig wordt.

Compensatie van de semi-circulaire afwijking.

Beschouwen wij eerst, dat gedeelte van de semi-circulaire afwijking, hetwelk door het blijvend magnetisme ontstaat.

Wij hebben gezien, dat de afwijking, ten gevolge van het blijvend magnetisme, ontstaat door een langscheeps gerichte kracht, gedeeltelijk voorgesteld in de coëfficiënt B, en een dwarsscheeps gerichte kracht, het grootste deel uitmakende van den coëfficiënt C.

Het is duidelijk, dat de werking van die twee krachten opgeheven kan worden door twee andere krachten, die even sterk, doch in tegenovergestelde richting werken. Om die krachten aan te brengen, maakt men gebruik van twee magneten, waarvan één in langscheepsche en één in dwarsscheepsche richting geplaatst wordt zoodanig, dat zij de langscheeps en dwarsscheeps ontbondenen van het blijvend magnetisme opheffen.

Voordat men tot de compensatie overgaat, moet men zorgen, dat de geheele voorraad ijzer aan boord is en dat het schip recht ligt.

Men legt nu het schip magnetisch Noord voor; heeft het te compenseeren kompas westelijke. afwijking, dan plaatst men een compensatiemagneet dwarsscheeps met de Noordpool naar B.B.; is

Sluiten